Natuur

In de stikstofwet gaat het alleen om stikstof en het doel is natuurverbetering. Niet alleen stikstof heeft invloed op de staat van instandhouding van natuur maar ook andere factoren, zoals water. Waarom zo focussen op stikstof?

De stikstofwet heeft als doel om verdere verslechtering van stikstofgevoelige natuur tegen te gaan en de staat van instandhouding van stikstofgevoelige natuur te verbeteren. Verbetering van de condities voor stikstofgevoelige natuur betreft niet alleen vermindering van stikstofdepositie maar bijvoorbeeld ook verbetering van de hydrologische omstandigheden. Daarom kunnen verschillende typen herstelmaatregelen in aanmerking komen voor financiering in het kader van het programma Natuur:

  • het versnellen en waar nodig intensiveren van natuurmaatregelen, inclusief beheermaatregelen;  
  • het nemen van hydrologische maatregelen in en rondom natuurgebieden;  
  • het versneld inrichten van reeds verworven natuurgronden;  
  • het verwerven van zogenoemde ‘sleutelhectares’ om versnippering van natuur tegen te gaan en robuuste ecologische verbindingen te realiseren;  
  • en het behalen van doelen in het kader van de Kaderrichtlijn Water t.b.v. het realiseren van natuurdoelen.

Waarom wordt er alleen specifiek naar Natura 2000 gebieden gekeken? Ook buiten Natura 2000 is natuur gebaat bij minder stikstofdepositie.

Het klopt dat ook natuur buiten Natura 2000-gebieden kan bijdragen aan een gunstige staat van instandhouding van habitattypen en leefgebieden van soorten waarvoor Natura 2000-gebieden zijn aangewezen. Daarom richt het programma Natuur zich niet alleen op verbetering van de condities van stikstofgevoelige natuur binnen het Natura 2000 netwerk maar ook daarbuiten.

Verder is het ministerie van LNV bezig met een verkenning van de mogelijkheden om door middel van het natuurinclusiever maken van de ruimtelijke inrichting rondom Natura 2000-gebieden een bijdrage te leveren aan de kwaliteit en robuustheid van die gebieden.

Ook worden de bronmaatregelen om stikstofuitstoot te reduceren genomen in samenhang met maatregelen in het kader van het Klimaatakkoord en Schone Lucht akkoord. De bronmaatregelen dragen ook bij aan vermindering van stikstofdepositie op natuur buiten Natura 2000.

Bijna de helft van de Nederlandse grond wordt gebruikt voor veehouderij, kan dit niet anders verdeeld worden (bijv. Ruimte voor woningen en meer natuur)? Dus i.p.v. de stikstofgevoelige natuurgebieden te beschermen direct ook meer natuurgebieden creëren?

Dit is onderdeel van het programma Natuur. Hierin werken overheden, natuurbeheerders en particuliere en agrarische grondeigenaren samen aan regionale en landelijke maatregelen. De plannen omvatten onder meer het versterken en verbeteren van natuurgebieden, hogere vergoedingen voor natuurbeheer en het stimuleren van natuurinclusieve landbouw in gebieden rondom natuurgebieden. Lees hier meer.

Verder is het ministerie van LNV bezig met een verkenning van de mogelijkheden om door middel van het natuurinclusiever maken van de ruimtelijke inrichting rondom Natura 2000-gebieden een bijdrage te leveren aan de kwaliteit en robuustheid van die gebieden.

Er is nu veel aandacht voor de verschillende sectoren. Komt er een moment dat er meer aandacht komt voor de natuur zelf en dat we echt vanuit de natuur gaan denken?

De structurele aanpak stikstof omvat een omvangrijk pakket aan bronmaatregelen en natuurherstelmaatregelen die waarborgen dat er natuurbehoud, -herstel en -verbetering kan plaatsvinden. Hierbij staat het natuurherstel voorop. Hierdoor kan vervolgens ook ruimte ontstaan voor economische en maatschappelijke activiteiten, zoals woningbouw, infrastructuur, defensie, waterveiligheid of projecten ten behoeve van de energietransitie. Om zeker te stellen dat natuurbehoud en -herstel daadwerkelijk plaatsvindt en de stikstofdepositie in kwetsbare natuurgebieden voldoende vermindert, worden resultaatsverplichtende omgevingswaarden wettelijk vastgelegd en wordt een monitoring- en bijsturingssystematiek ontwikkeld.

In bijgaande infographic is weergegeven dat de bronmaatregelen samengaan met maatregelen voor verbetering van de natuur. 

©LNV

Moeten wij op basis van de meest kwetsbare natuur, overgaan tot het aanwijzen van zones waarbij de stikstofreductie wordt vastgesteld? Dus een lokale opgave voor een lokaal probleem, maar niet vrijblijvend? Dit omdat verbetering van de kwaliteit van stikstofgevoelige natuurgebieden samenhangt met vermindering van de stikstofdepositie, en dus traag reageert op vermindering.

Inderdaad, zowel de gevoeligheid voor stikstofdepositie van Natura 2000-gebieden als de ernst van de stikstofbelasting als gevolg van maatschappelijk en economische ontwikkelingen, verschillen per gebied. Het is daarom logisch om de opgaven – naast een landelijke aanpak – ook gebiedsgericht te benaderen. Dit is conform het advies van de commissie Remkes. De regie voor de gebiedsgerichte aanpak ligt bij de provincies. Zij richten het proces in de regio in, waarbij ook de mogelijkheid bestaat om het te koppelen aan andere gebiedsprocessen, zoals bij veenweidegebieden en Regionale Energie Strategieën.

Als de afname van stikstof niet afgedwongen kan worden, kan de natuur zich niet herstellen. Hoe ziet het Rijk dit?

In de Wet natuurbescherming en Omgevingswet (stikstofreductie en natuurverbetering) wordt een resultaatsverplichting vastgelegd met betrekking tot stikstofdepositie: op 50% van de stikstofgevoelige hectares moet de stikstofdepositie onder de Kritische Depositie Waarde komen. Daartoe wordt ook een monitoring- en bijsturingssystematiek ontwikkeld. Mocht uit de monitorgegevens blijken dat de bronmaatregelen (gericht op terugdringing van stikstofuitstoot veroorzaakt door maatschappelijke en economische activiteiten) onvoldoende zijn om deze doelstelling te halen, dan is in de wet verankerd dat het kabinet aanvullende maatregelen kan nemen.

Graag aandacht voor het duingebied in Zuid-Holland. Daar hebben de nu voorgenomen maatregelen maar een heel klein effect. Wat kunnen jullie daar extra doen?

Het gebied Meijendel is als Natura 2000-gebied beschermd en onderdeel van de structurele aanpak stikstof.

In de voormalige PAS en in de algemene beeldvorming gaat het bij Stikstof bijna altijd over emissie naar de lucht. Echter, er is ook sprake van stikstofconcentratie in het grondwater (nitraat), wat een belangrijk knelpunt vormt voor stikstofgevoelige Natura 2000 habitattypen. Hoe wordt de aanpak van stikstof in grondwater meegenomen in de totale stikstof aanpak?

De structurele aanpak stikstof richt zich inderdaad net als het PAS op het verminderen van de effecten van stikstof uit de lucht ( atmosferische stikstofdepositie). Waar andere milieueffecten in de  natuur een knelpunt zijn, zoals nitraat in het grondwater, zijn of worden maatregelen opgenomen in de Natura 2000-beheerplannen.

Waarom niet teruggrijpen op de ecologische hoofdstructuur om robuuste natuurgebieden te creëren? Dat eigen landelijke sturing vraagt?

Het Natuurnetwerk Nederland is de nieuwe naam voor wat voorheen de ecologische hoofdstructuur werd genoemd. De provincies zijn hard op weg het Natuurnetwerk Nederland de realiseren. Dit draagt ook bij aan het verminderen van de stikstofproblematiek. Zie ook de zesde voortgangsrapportage natuur.

Hoe hoog mag de gemiddelde kritische depositiewaarde zijn in de toekomst? En hoeveel is deze nu? Geldt dat voor elk natura-2000 gebied? Is het realistisch om zeer stikstofgevoelige plantjes in stand te houden in Nederland?

De kritische depositiewaarde (KDW) is de grens waarboven het risico bestaat dat de kwaliteit van het habitat significant wordt aangetast door de verzurende en/of vermestende invloed van atmosferische stikstofdepositie. De hoogte van de KDW verschilt per stikstofgevoelig leefgebied of habitat.

Momenteel bevindt de stikstofdepositie zich op veel plekken in Natura 2000 boven de KDW, hoewel dit niet voor elk Natura 2000-gebied geldt waar stikstofgevoelige natuur voorkomt.

In de wet is vastgelegd dat in 2035 74 procent van de het areaal van de voor stikstof gevoelige natuur in Natura 2000-gebieden onder de kritische depositiewaarde zit. Met de stikstofwet willen we de stikstofdepositie verminderen en de natuur verder herstellen om op landelijk niveau een gunstige staat van instandhouding voor van de habitats en soorten te bereiken.

Landbouw heeft al heel veel gedaan aan stikstofreductie. Hoe kan het dan dat de natuur nog niet beter gaat?

Het klopt dat de stikstofuitstoot van de landbouw sinds 1990 sterk is afgenomen. Tegelijkertijd is er op 74% van de stikstofgevoelige natuur in Natura 2000 sprake van een (naderende) overschrijding van de stikstofdepositie (op basis van AERIUS calculator 2020 over het jaar 2018). Doordat stikstof zich ophoopt in de bodem gaat verzuring en vermesting van de natuur door, ook als de depositie daalt. Door het verminderen van de stikstofuitstoot samen met het nemen van natuurherstelmaatregelen (vanwege de ophoping van stikstofdepositie uit het verleden in de bodem en vegetatie) kan de natuur sterk verbeteren.

Klopt het dat de staat van de natuur geen lineair verband houdt met de mate van overschrijding van stikstofdepositie?

Een deel van de natuur is gevoelig voor een te hoge stikstofdepositie door vermesting of verzuring. Voor deze stikstofgevoelige natuur leidt een (grote) overmaat van stikstof (op termijn) tot verslechtering van de staat van deze natuur. Uiteraard zijn er nog andere factoren zoals bijvoorbeeld waterbeheer die van invloed zijn op de natuur. De brochure ‘Vogel- en Habitatrichtlijnrapportage 2019’ van de Wageningen University & Research (https://edepot.wur.nl/520728) geeft op bladzijde 7 t/m 11 aan wat de drukfactoren op de natuur zijn. Hierbij is stikstofdepositie voor veel habitattypen een drukfactor die van invloed is op het behalen van een gunstige staat van instandhouding.

Er wordt inzake stikstof veel gesproken over technieken (best beschikbare techniek), maar is het niet verstandiger om te focussen op best beschikbare biologie? Natuur en stikstofprocessen is in basis meer biologie dan techniek of chemie!

Voor het reduceren van de stikstofuitstoot vanuit verschillende sectoren spreken we van het toepassen van de best beschikbare technieken om de stikstofuitstoot te verkleinen. Voor infrastructuur en industrie gaat dit bijvoorbeeld om schonere of elektrische motoren. Voor de landbouw spreekt men ook over technieken zoals bijvoorbeeld het emissiearm aanwenden van mest op het land of het toepassen van mestschuiven in de stal. Tegelijkertijd spelen biologische oplossingen in de landbouw ook een rol, zoals het efficiënt voeren van stikstof in de veehouderij.

Hoe slecht gaat het werkelijk met de natuur? Is er een lijst met habitat typen waar het zo slecht mee gaat?

De brochure ‘Vogel- en Habitatrichtlijnrapportage 2019’ van de Wageningen University & Research maakt de technische rapportage over staat van instandhouding van habitats en soorten van Natura 2000 op leesbare wijze beschikbaar. In de bijlagen 1, 2 en 3 staat de staat van instandhouding per soort en habitattype benoemd.

Wanneer wordt de onderbouwing duidelijk van de KDW?

Het rapport 'Overzicht van kritische depositiewaarden voor stikstof, toegepast op habitattypen en leefgebieden van Natura 2000' van Van Dobben e.a. (2012) onderbouwt de KDW die Nederland gebruikt. In hoofdstuk 2 van dit rapport wordt de methode uitgelegd.  De resultaten per habitattype en leefgebied van soorten zijn nauwkeurig onderbouwd in bijlage 1 en 2 van het rapport. Deze onderbouwing stoelt op veel onderliggend nationaal en internationaal onderzoek, waarnaar in het rapport wordt verwezen.

Hoe kan het dat de KDW nog steeds overschreden wordt, terwijl de landbouw inmiddels al een reductie van 63% gerealiseerd heeft? Landbouw kan hiervan niet de oorzaak zijn.

Het klopt dat de stikstofuitstoot van de landbouw sinds 1990 sterk is afgenomen. Tegelijkertijd is er op 74% van de stikstofgevoelige natuur in Natura 2000 sprake van een (naderende) overschrijding van de stikstofdepositie (op basis van AERIUS calculator 2020 over het jaar 2018). Doordat stikstof zich ophoopt in de bodem gaat verzuring en vermesting van de natuur door, ook als de depositie daalt. Door het verminderen van de stikstofuitstoot samen met het nemen van natuurherstelmaatregelen (vanwege de ophoping van stikstofdepositie uit het verleden in de bodem en vegetatie) kan de natuur sterk verbeteren.

Op de website van het RIVM staat onderstaand kaartje weergegeven met de emissies vanuit de verschillende sectoren vanaf 1990. Landbouw levert hier nog steeds de grootste bijdrage aan de stikstofuitstoot.

©LNV

Hoe gaan we om met onrealistisch / onhaalbare KDW?

Het streven is een zo groot mogelijk areaal van de stikstofgevoelige natuur in Natura 2000 onder de KDW te brengen. In de stikstofwet is staat vastgelegd dat in 2035 74 procent van dit areaal eronder zit.

Is KDW wel een goede indicator voor kwaliteit van natuur? Hoe kan het dat op veel natuurgebieden de KDW ernstig overschreden wordt en toch deze N-2000 in een goede staat zijn?

De kritische depositiewaarde (KDW) is de grens waarboven het risico bestaat dat de kwaliteit van het habitat significant wordt aangetast door de verzurende en/of vermestende invloed van atmosferische stikstofdepositie. Hij wordt gebruikt om te toetsen of een plan of project dat leidt tot stikstofuitstoot een negatief effect kan hebben op Natura 2000. Er zijn in het verleden door terreinbeheerder aanvullende beheermaatregelen genomen om de negatieve effecten van de hoge stikstofdepositie (vermesting en verzuring) waar mogelijk tegen te gaan. Deze aanvullende beheermaatregelen zijn echter op de lange termijn niet alle houdbaar. Een voorbeeld hiervan is het verwijderen van de bovenste bodemlaag om stikstof af te voeren, waarbij ook veel andere voedingsstoffen worden afgevoerd en er daardoor bij te hoog blijvende stikstofdepositie daarna juist nog eerder een stikstofoverschot in de bodem ontstaat.

Is het ook zo dat in alle gebieden in NL meer Stikstofdepositie is dan in gebieden in andere landen bv noord Friesland t.o.v. Noordrijn-Westfalen of gebieden in Vlaanderen? Het gaat n.l. over lokale depositie.

De stikstofdepositie verschilt van gebied tot gebied en niet in elk Natura 2000-gebied in Nederland is deze hoger dan in Natura 2000-gebieden in andere omringende landen. Wel liggen in Nederland stikstofgevoelige natuur en de emissiebronnen (landbouw, industrie en bebouwing) over het algemeen dichter bij elkaar dan in bijvoorbeeld gebieden in Duitsland. Dit leidt tot een gemiddeld hogere stikstofdepositie op stikstofgevoelige gebieden in Nederland. 

Waarom zijn er in Nederland zoveel gevoelige gebieden aangewezen t.o.v. andere landen, waarom is in Duitsland de gevoeligheid van de natuur van een veel lagere waarde als in NL bij natuurgebieden die overlopen over de grens ?

Nederland heeft ten opzichte van andere landen relatief weinig gebieden aangewezen als Natura 2000. De stikstofdepositie verschilt van gebied tot gebied en niet in elk Natura 2000-gebied in Nederland is deze hoger dan in Natura 2000-gebieden in andere omringende landen. De gevoeligheid van de natuur in Duitsland is niet anders dan die in Nederland. Wel liggen in Nederland stikstofgevoelige natuur en de emissiebronnen (landbouw, industrie en bebouwing) over het algemeen dichter bij elkaar dan in gebieden in Duitsland. Dit leidt tot een gemiddeld hogere stikstofdepositie op stikstofgevoelige gebieden in Nederland. In Duitsland wordt bij vergunningverlening een hogere grenswaarde gehanteerd die in Nederland niet toepasbaar is op basis van uitspraken van de Raad van State. Dit kan ertoe leiden dat grensgebieden anders worden beoordeeld door beide landen.

U zegt dat de KDW de grens markeert voor gezonde natuur. Worden KDW's, die al veel jaren geleden zijn vastgesteld op niet-wetenschappelijk verantwoorde wijze (b.v. droge heide), nu herzien? De KDW's hebben een ontzettend groot gewicht gekregen, er is heel veel van afhankelijk, dus deze moeten toch ontzettend goed onderbouwd zijn?

Het rapport 'Overzicht van kritische depositiewaarden voor stikstof, toegepast op habitattypen en leefgebieden van Natura 2000' van Van Dobben e.a. (2012) onderbouwt de KDW die Nederland gebruikt. In hoofdstuk 2 van dit rapport wordt de methode uitgelegd.  De resultaten per habitattype en leefgebied van soorten zijn nauwkeurig onderbouwd in bijlage 1 en 2 van het rapport. Deze onderbouwing stoelt op veel onderliggend nationaal en internationaal onderzoek, waarnaar in het rapport wordt verwezen.

In sommige grote aangewezen Natura 2000- gebieden komt een heel kleine hoeveelheid stikstofgevoelige veenmos voor. Is er wel een goede afweging gemaakt bij de aanwijzing, nu als gevolg daarvan de halve provincie op slot wordt gezet? M.a.w., waarom is de aanwijzing niet eens te heroverwegen?

In Europa hebben we afgesproken (in de vogel- en habitatrichtlijn) dat alle aanwezige habitattypen en soorten in een aangewezen gebied beschermd moeten worden. Een uitzondering mag volgens de uitleg van de Europese Commissie worden gemaakt voor waarden die slechts in verwaarloosbare mate voorkomen. Het is ook belangrijk dat er geen waarden verloren gaan in verband met het herstel van de biodiversiteit.

Voor het aanwijzen van een habitat zijn de vereisten op economisch, sociaal en cultureel gebied, en met de regionale en lokale bijzonderheden niet van toepassing. Deze vereisten worden genoemd in artikel 2, derde lid, van de Habitatrichtlijn. Deze zijn daarmee wél relevant om rekening mee te houden bij het nemen van maatregelen, maar dus niet bij het aanwijzen van gebieden.