Vragen en antwoorden

Met maatregelen werken we toe naar een duurzame oplossing van de stikstofproblematiek en het herstel van de natuur. De veranderingen die hiermee gepaard gaan, kunnen vragen met zich meebrengen. Hieronder staan diverse vragen en antwoorden over stikstof, de bronmaatregelen per sector, vergunningverlening en meten en berekenen (waaronder AERIUS).

Staat uw vraag er niet bij? Gebruik de zoekbalk rechtsbovenin het scherm (klik op het vergrootglas en typ een zoekwoord of zoekwoorden). Of neem contact op met de Helpdesk Stikstof. 

10 veelgehoorde misverstanden over de stikstofaanpak

Er gaan verschillende verhalen rond over de stikstofaanpak in Nederland. Wat is daarvan waar en hoe zit het echt? Onderstaand zijn 10 veelgehoorde misverstanden op een rij gezet en voorzien van feiten en een toelichting. 

Veelgehoorde misverstanden Feiten en uitleg
"In andere EU-landen is er geen stikstofprobleem" Nederland is koploper in Europa als het gaat om de uitstoot van stikstof, vier keer zo veel als gemiddeld. Een groot deel van deze stikstof wordt uitgestoten in de veehouderij. Nergens worden zoveel dieren gehouden per hectare als in Nederland. Vlaanderen en Duitsland volgen op de tweede en derde plaats. In Vlaanderen is in februari van dit jaar een stikstofaanpak aangekondigd. Dat betekent dat de veehouderij ook in Vlaanderen de uitstoot fors moet terugdringen.
In Duitsland zijn de problemen met ammoniakuitstoot door de lucht minder groot, omdat er veel meer ruimte is en de afstand tussen de natuurgebieden en veehouderijen groter is . Overigens worden ook in Duitsland maatregelen genomen om de stikstofuitstoot terug te dringen. Er wordt daarnaast ingezet op de reductie van stikstof en nitraat in grond- en oppervlaktewater.
"Dus 70% reductie is 70% minder vee of minder boeren?"

Nee. Ook  andere sectoren dragen bij aan de reductie, dat verschilt van gebied tot gebied. Daarnaast zegt de kaart met de richtinggevende doelen niks over wat dit betekent op bedrijfsniveau. Het gaat hier om een richtinggevend doel voor een gebied. Een ondernemer kan globaal zien wat de opgave is voor het gebied waarin hij of zij gevestigd is.
En nog belangrijker: daar waar we inzoomen op de landbouw gaat het halen van de doelen om veel meer dan alleen aankoop. Ook omschakelen, extensiveren, innovatie en verplaatsen zijn oplossingsrichtingen voor boeren om hun bedrijf voort te zetten.

De richtinggevende regionale stikstofreductiepercentages, zoals die in het Nationaal Programma Landelijk Gebied zijn opgenomen, zijn afhankelijk van de kenmerken van het gebied. Zoals de bodem- en watercondities en de ligging ten opzichte van stikstofgevoelige natuur. Deze indicatieve reductiedoelen zijn nog niet gebaseerd op specifieke maatregelen.

In het gebiedsproces wordt samen met ondernemers en maatschappelijke organisaties gekeken met welke maatregelen de doelen het beste behaald kunnen worden. In dit proces hebben de provincies de mogelijkheid om te schuiven met reductiedoelen tussen gebieden. Voorwaarde is dat de totale opgave uit de stikstofwet wordt gehaald.

"Er is geen stikstofprobleem, alleen een juridisch probleem"

Nederland heeft al heel lang een stikstofprobleem. Waarbij NH3 (ammoniak) en NOx (stikstofoxiden) de belangrijkste elementen zijn. Ammoniak komt vooral uit de landbouw (door rundvee, varkens, pluimvee). Stikstofoxiden komen uit de industrie, vervoer, scheepvaart en luchtvaart.
Te veel stikstofoxiden en ammoniak in de lucht zijn schadelijk voor de gezondheid. Vooral mensen met longklachten en astma hebben er last van.

In de landbouw wordt veel ammoniak uitgestoten, waarvan het grootste deel in de bodem trekt. In natuurgebieden zorgt de neerslag van ammoniak voor een teveel aan voedingsstoffen waar snelgroeiende soorten als grassen, brandnetels en bramen van profiteren. Die verdringen dan de langzamer groeiende soorten - die juist voor biodiversiteit zorgen.
Daarnaast wordt ammoniak in de bodem omgezet in nitraat, waardoor de bodem verzuurt en ontregeld is. Planten en dieren krijgen niet de juiste voedingsstoffen. Met alle gevaren van dien. Van vogels die te weinig kalk krijgen, tot eiken die vatbaarder worden voor ziekten en plagen.

"Stikstof wordt niet (goed) gemeten en de modellen die worden gebruikt kloppen niet"

Er wordt zeker wel gemeten, Nederland heeft het grootste meetnetwerk voor luchtverontreiniging van Europa. Zo wordt in Nederland bijvoorbeeld op ruim 300 locaties de ammoniakconcentratie in natuurgebieden gemeten. De rekenmodellen worden geijkt op basis van deze metingen. Rekenmodellen zijn noodzakelijk omdat het praktisch niet mogelijk is om op iedere locatie te meten.
Onzekerheden zijn inherent aan het rekenen met modellen. De rekenmodellen die ten grondslag liggen aan AERIUS-instrument bevatten ook bepaalde onzekerheden. Daarom wordt er voortdurend gewerkt aan doorontwikkeling van de modellen en  komt er ieder jaar een geactualiseerde versie beschikbaar met de nieuwste wetenschappelijke inzichten.  
Een ding is zeker: de stikstofuitstoot in Nederland is veel te hoog en de stikstofuitstoot moet drastisch naar beneden. In 2030 moet de stikstofuitstoot met 50% zijn gedaald. Met het coalitieakkoord heeft het kabinet de huidige wettelijke doelstelling uit de Wet stikstofreductie en natuurverbetering van 2035 naar voren gehaald. Dit betekent dat in 2030 74% van het stikstofgevoelig Natura 2000-areaal onder de kritische depositiewaarde moet zijn gebracht.

Meer info: Meten en berekenen | Het stikstofprobleem | Aanpak Stikstof

"Het is onzin om de veestapel in te krimpen: er is nog genoeg te halen uit innovatiemaatregelen"

Innovatie is één van de oplossingsrichtingen. Gelet op de omvang van de opgaven, de tijdsdruk waaronder ze moeten worden gerealiseerd en de onontkoombaarheid, is innovatie alleen niet genoeg en moet de veestapel krimpen.

"Alleen landbouw wordt aangepakt, de rest (industrie, luchtvaart etc) niet. Het zou toch sectorbreed worden aangepakt"

De andere sectoren worden niet ontzien. Minister Van der Wal heeft laten weten dat de reducties in stikstofuitstoot voor alle sectoren gelden. Zo snel mogelijk maar uiterlijk in het voorjaar van 2023 worden de richtinggevende reductiedoelen voor de industrie, transport en andere sectoren bekend gemaakt.
De provincies hebben bovendien ruimte om te bepalen welke maatregelen ze nemen. Ze kunnen daarbij kiezen om ook maatregelen te nemen in bijvoorbeeld de industrie . Als het bij elkaar maar optelt tot het gestelde hoofddoel van 50% stikstofreductie in 2030 waarbij 74% van het stikstofgevoelig Natura 2000-areaal onder de kritische depositiewaarde is gebracht.

"Nederland heeft teveel en te kleine natuurgebieden. Schrappen daarmee!"

Biodiversiteit is van groot belang, zowel vanwege de intrinsieke waarde als voor de mens.
Omdat biodiversiteit zich niet beperkt tot landsgrenzen zijn internationale afspraken over het behoud ervan belangrijk. Nederland heeft zich aan dergelijke afspraken verbonden en zal die dus ook moeten nakomen.
Onderdeel van die afspraken is het beschermen van gebieden met Europese topnatuur, de Natura 2000-gebieden.

"Stikstof is goed voor planten - daar groeien ze goed op. Er is juist een tekort!"

Veel van de beschermde soorten kunnen niet tegen een verzuurde en vermeste bodem – waarvan stikstof mede oorzaak is. En ze worden ook nog eens verdrongen door soorten die daar goed op groeien. Voor een veerkrachtige en sterke natuur is het dus van belang dat er ook bodems zijn waar voedingsstoffen schaars zijn zodat de planten die aan die omstandigheden zijn aangepast daar kunnen groeien.

"De stikstofwinst die geboekt gaat worden wordt alleen maar gebruikt voor woningbouw, extra industrie en aanleg van wegen"

De stikstofruimte die ontstaat door reducering van de uitstoot komt in de eerste plaats ten goede aan herstel van de natuur. Eerst moet de stikstofuitstoot omlaag, zodat de natuur zich kan herstellen. Pas daarna kunnen weer meer vergunningen worden verleend. Voor bijvoorbeeld de woningbouw, boeren die een vergunning nodig hebben en de energietransitie.

"De voedselvoorziening is in gevaar, zeker nu in Oekraïne oorlog heerst"

Wil je op de lange termijn voedselzekerheid, dan moet je juist nu investeren in een sterke natuur, duurzame landbouw en voldoende biodiversiteit. Zodat gewassen en vee minder te kampen krijgen met weersextremen en ziekten en plagen als gevolg van klimaatverandering en we een gezonde, vitale bodem behouden: de basis van al ons voedsel. Specifiek voor de Nederlandse voedselvoorziening: zestig tot zeventig procent van wat de veehouders in Nederland produceren gaat de grens over. Ook als er minder veehouders komen of als de veehouders minder voedsel produceren, is dit niet in gevaar.