Landbouw

Hoe kan het dat de veehouderij meer stikstof (ammoniak) uitstoot, terwijl de veehouderij al bijna 70% heeft gereduceerd. Wat voor invloed heeft dat wel of niet gehad?

De veehouderij heeft inderdaad sinds 1990 een aanzienlijke reductie in de ammoniakuitstoot bereikt. Datzelfde geldt overigens voor bijvoorbeeld de mobiliteit en de industrie. Ondanks de gerealiseerde reductie is de stikstofdepositie op veel stikstofgevoelige natuurgebieden nog steeds veel te hoog en heeft de veehouderij daarin het grootste aandeel.  Ook is de stikstofemissie uit de landbouw de afgelopen jaren gestegen. Je zou kunnen stellen dat de bereikte emissiereductie heeft geleid tot een situatie waarin er “minder maar nog steeds te veel” depositie plaatsvindt. Dat is op zich een verbetering, maar verandert niet dat er nog altijd teveel stikstof wordt uitgestoten en neerslaat.

Hoe gaan we beleid maken waarbij boeren die door willen, nabij een Natura 2000-gebied, niet worden "uitgerookt" door maatregelen die hun bedrijfsvoering onmogelijk maakt? Denk hierbij ook aan de waarde van bedrijven die banken gebruiken in financieringsaanvragen.

Er ligt een grote opgave om de stikstofneerslag op Natura 2000 gebieden te verlagen. Anders dan bijvoorbeeld bij CO2 is de locatie waarop deze stikstof wordt uitgestoten van groot belang. Dat betekent dat bedrijven rond Natura 2000 relatief meer bijdragen aan de stikstofdepositie dan bedrijven op grotere afstand. Daarom is het zeker in de buurt van Natura 2000 gebied van groot belang om de stikstofemissie te verlagen. Tegelijkertijd heeft het geen zin om een bedrijf een opgave te geven die het onmogelijk kan invullen. Haalbaarheid en betaalbaarheid moeten leidend blijven bij de vormgeving van de verschillende maatregelen.

Als maatregelen om de stikstofuitstoot uit de landbouwsector niet kosteneffectief zijn moeten ze dan wel genomen worden? Of draagt de maatschappij dan bij in de (jaarlijkse)kosten daarvoor?

Bij de uitwerking van de verschillende maatregelen voor stikstofreductie wordt er ook gekeken naar kosteneffectiviteit. Daarnaast heeft het kabinet voor de huidige maatregelen ongeveer 2 miljard euro gereserveerd om deze maatregelen te implementeren.

In de NEC richtlijn hebben we toch emissie plafonds? Veehouderij zit volgens die richtlijn onder het stikstofplafond. Hoe verhoudt dit zich dan met de EU en natuur?

De veehouderij zit niet langer onder het stikstofplafond. Daarnaast komt het belang van actie op stikstof niet voort uit de NEC-richtlijn maar uit de verplichtingen die voortkomen uit de Vogel- en Habitatrichtlijn.

Blijft er nog genoeg ontwikkelingsruimte voor jonge landbouwers?

Voor een vitale en diverse landbouwsector is het van belang dat er een goede mogelijkheid en perspectief voor bedrijfsopvolging is. Met het Bedrijfsovernamefonds voor jonge boeren dat in deze kabinetsperiode tot stand is gekomen, wordt die mogelijkheid voor bedrijfsopvolging in de agrarische sector vergroot. Met de twee onderdelen binnen het bedrijfsovernamefonds: het Vermogend Versterkend Krediet (VVK) en het opleidings- en coachingstraject zijn er twee gerichte sporen ontwikkeld die daar concreet aan bij dragen.

Hoe gaan jullie de betaalbaarheid van kringlooplandbouw mogelijk maken? Geen vergezichten, maar boter bij de vis.

Het stikstofpakket bevat bijna € 2 miljard aan budget voor de implementatie van maatregelen. Veel van die maatregelen in het stikstofpakket ondersteunen de transitie naar kringlooplandbouw. Denk bijvoorbeeld aan het verlagen van de eiwitinput in het veevoer, het vergroten van de hoeveelheid weidegang en het Omschakelprogramma.

Wat doet het ministerie van LNV aan de positie van de agrarische sector, waar de melk en vleesprijzen al 30 jaar niet zijn gestegen, de lasten zijn verveelvoudigd, terwijl zij ook nog eens moeten investeren voor stikstof?

Tijdens de behandeling van de stikstofwet in de Tweede Kamer is een motie aangenomen die oproept tot het sluiten van een Landbouwakkoord met sector- én ketenpartijen. Doel van dit traject is om integraal in beeld te brengen welke milieu-uitdagingen er zijn, welke financieringsbehoefte daaruit voortkomt en hoe de gehele keten die kosten, met steun van de overheid, moet gaan opbrengen.

Op dit moment is veel aandacht voor stikstofdepositie vanuit de lucht. Maar ook stikstof via water door de grond wordt als probleem gezien. Het ene punt scoort akkerbouw beter dan graasdierhouderij, bij het andere punt andersom. Wordt hier rekening mee gehouden? Belang behoud grasland?

Ja, hier wordt rekening mee gehouden. Dit heeft vooral een plek in het beleid om te voldoen aan de Europese Nitraatrichtlijn en de Kaderrichtlijn Water. Vierjaarlijks worden actieprogramma’s opgesteld en uitgevoerd om de doelen te behalen voor grond- en oppervlaktewater zoals opgenomen in deze richtlijnen. We zitten momenteel in de uitvoering van het zesde actieprogramma en het zevende actieprogramma (met een doorkijk naar het achtste) wordt momenteel voorbereid.

Welke rol speelt dierenwelzijn bij de 'innovatieve maatregelen' voor stallen en de nieuwe wet? Dieren lijken te worden opgesloten in potdichte stallen en weidegang wordt vergunning plichtig.

Bij de ontwikkeling van stalinnovaties is een randvoorwaarde dat deze geen negatieve consequenties hebben voor dierenwelzijn. Deze eis is opgenomen in de Subsidieregeling brongerichte verduurzaming (Sbv) en wordt ook getoetst door RVO.

Voor het verduurzamen van het bedrijf heeft een veehouderij na de uitspraak van de RvS van 20 jan jl. vaak geen nieuwe natuurvergunning meer nodig. Op welke manier krijgt de overheid dan nog een goed beeld van de effecten van de genomen maatregelen?

De uitspraak van 20 jan jl. ging over de vergunningsplicht bij intern salderen. Dat is slechts één van de elementen die een rol kan spelen in de monitoring van het stikstofbeleid. Andere opties zijn bijvoorbeeld het bijhouden van het aantal subsidieaanvragen voor een maatregel en het handhaven van de implementatie van bepaalde technieken in de praktijk. Tenslotte voert RIVM door het hele land depositiemetingen uit waarmee de verschillende modellen worden geijkt. Zo kan worden vastgesteld of de depositie op stikstofgevoelige natuur daadwerkelijk omlaag gaat.

Zou biologische landbouw niet meer voordeel kunnen krijgen..? Kringloop landbouw, inzet voor biodiversiteit, dat is immers waar het omgaat.

Vanuit de overheid wordt breed ingezet op de omslag naar kringlooplandbouw als vorm van meer duurzame landbouw waar biologisch een goed voorbeeld van is. Met het Omschakelprogramma wil het ministerie van LNV boeren stimuleren en hun financiering ondersteunen om versneld om te schakelen naar stikstofarme(re) en meer duurzame agrarische bedrijfsvoering. Ook omschakelaars naar biologische landbouw kunnen hiervan gebruik maken. Zie de Kamerbief van 26 jan jongstleden.

De landbouwsector heeft al veel stikstofuitstoot verminderd. Waar komt de stikstof dan vandaan die nu de natuur verslechtert?

Hoewel de landbouwsector de laatste jaren sinds 1990 al veel stikstofreductie heeft gerealiseerd is de stikstofemissie uit de landbouw de afgelopen jaren gestegen en komt nog 46% van de totale stikstofneerslag uit de landbouw. Als we kijken naar de stikstofneerslag uit Nederlandse bronnen is dat zelfs circa 70%. Daarom werkt het kabinet aan maatregelen om de stikstofneerslag die deze sector veroorzaakt te verminderen. Het kabinet werkt daarnaast aan reductiemaatregelen voor bijvoorbeeld de mobiliteit en de industrie. Voor deze sectoren geldt dat er met name op het gebied van CO2 uitstoot een grote opgave ligt. In veel gevallen daalt de stikstofuitstoot als de CO2 uitstoot omlaag gaat. Zo profiteert het stikstofdossier in deze sectoren van het klimaatbeleid.

Als ik met mijn bedrijf maatregelen neem om minder stikstof uit te stoten, waar wordt dit dan geregistreerd, zodat ik zeker weet dat ik een bijdrage lever?

Zolang de stikstofdepositie in gevoelige natuurgebieden te hoog is, hebben we een registratiesysteem nodig om balans te houden tussen economische ontwikkelingen en natuurherstel. Zo kunnen we nauwkeurig vaststellen dat de depositie niet verder toeneemt in die gebieden (en zelfs afneemt). In het stikstofregistratiesysteem worden per gebied de effecten van de stikstofmaatregelen geregistreerd, waardoor inzicht ontstaat in de reductie van de stikstofdepositie. Zo wordt helder waar er ruimte ontstaat voor ontwikkelingen, in eerste instantie bedoeld voor de woningbouw en grote wegenprojecten. De depositie als gevolg van deze activiteiten wordt ook bijgehouden in het systeem. Het systeem kan worden gevuld met nieuwe maatregelen en nieuwe bestemmingen.

De landbouw neemt als enige sector ook weer stikstof op, waarom wordt hier geen rekening mee gehouden?

Stikstof slaat overal in Nederland neer, dus de stelling dat alleen de landbouw stikstof opneemt is onjuist. Dat stikstof voor een deel op landbouwgrond neerkomt verandert daarnaast niets aan het feit dat een deel van de stikstof op daarvoor gevoelig Natura 2000 gebied landt. Die hoeveelheid is te hoog om invulling te geven aan de vereisten van de Vogel- en Habitatrichtlijn en daarom moet er beleid worden gevoerd om de stikstofuitstoot omlaag te brengen.

Van alle bronnen van stikstof in Nederland is kunstmest de 2e grootste. Welk beleid is gericht op vermindering hiervan?

Het verminderen van het gebruik van kunstmest t.o.v. bemestingsproducten, die uit hernieuwbare bron worden gewonnen past in de LNV-visie op kringlooplandbouw en waarop verschillende acties op zijn gezet om boeren deze omslag te kunnen laten maken.

Ook is de inzet op mestverwerking om te zorgen dat dierlijke mest steeds vaker kan worden ingezet als gelijkwaardige vervanging van kunstmest.

Daarnaast stelt de Europese Farm-to-Fork strategie een beperking van de input van meststoffen voor met 20%. In Europees verband zet Nederland in op een mogelijkheid om hoogwaardige meststoffen uit dierlijke mest boven de gebruiksnorm voor dierlijke mest uit de Nitraatrichtlijn te gebruiken. Nederland draagt actief bij aan de discussie in de Nitraat-expertgroep en probeert met gelijkgestemde lidstaten voorstellen in te brengen voor de introductie van deze mogelijkheid binnen de kaders van de Nitraatrichtlijn.

Klopt het dat landbouwgrond agrarisch natuurbeheer in aerius stikstofgevoelig is geworden? Wordt dat terug gedraaid? Is agrarisch natuurbeheer ook regulier agrarisch gebruik?

Percelen met agrarisch natuurbeheer kúnnen in AERIUS aangemerkt zijn als stikstofgevoelig, maar momenteel is nog onduidelijk in hoeverre dat het geval is. De minister van LNV heeft de Tweede Kamer toegezegd dat hierover overleg zal worden gevoerd met vertegenwoordigers vanuit het agrarisch natuurbeheer. Daarnaast wordt een motie uitgevoerd die ertoe strekt dat de provincies de locaties (hexagonen) in AERIUS die onnodig als stikstofgevoelig zijn aangemerkt, van de kaart verwijderen. De minister heeft in dat verband in de Tweede kamer gezegd dat regulier agrarisch gebruik niet leidt tot stikstofgevoelige natuur (de gedachte daarachter is dat akkers en graslanden met een reguliere mestgift niet stikstofstofgevoelig zijn). In hoeverre dit óók geldt voor agrarisch natuurbeheer, is niet op voorhand te zeggen, want dat hangt sterk af van het type natuur dat dat agrarisch natuurbeheer oplevert (dat valt na te gaan door de bijlagen van het KDW-rapport van Van Dobben e.a. uit 2012 te raadplegen).

Kan het ministerie van LNV iets doen om te voorkomen dat rietboeren hun afvalriet verbranden (dat geeft immers veel luchtvervuiling en vast ook Nox-uitstoot)?

Rietteelt is vaak een economische- en cultuur historische activiteit in het kader van natuurbeheer. Zo zijn de natuurgebieden Wieden en Weerribben mede gevormd door de rietteelt die daar al sinds jaar en dag plaatsvindt. Zonder het rietsnijden zou het gebied al gauw verbossen en zouden veel waardevolle leefgebieden en soorten verdwijnen. Een onderdeel van het proces van rietteelt is het verbranden van overjarig riet en riet- en maaiafval in de buitenlucht. Het verbranden van riet- en maaiafval in de buitenlucht is ongewenst, omdat het bijdraagt aan milieuproblemen. Het verbranden van afval buiten inrichtingen, waaronder riet, rietafval en maaiafval, is verboden volgens de Wet milieubeheer. Echter, in voorkomende gevallen kan het zijn dat het alsnog wenselijk is om het riet te verbranden. Bijvoorbeeld omdat het riet niet te benaderen is over land of water. De gemeente is bevoegd om voor die gevallen dat het echt noodzakelijk is dat het afval wordt verbrand een ontheffing te verlenen. Gemeenten hebben hier veelal beleidsregels voor opgesteld.

Naast het verbod uit de Wet milieubeheer kan het verbranden van riet- en maaiafval in een Natura 2000-gebied ook significante gevolgen voor het gebied opleveren. In dat geval is naast de Wm-vergunning ook een Wnb-vergunning vereist. In de regel is de provincie voor de Wnb-vergunning voor riet verbranden het bevoegde gezag. Het verbranden van riet in een Natura 2000-gebied kan in een beheerplan zijn beoordeeld. Dan biedt het beheerplan een vrijstelling in specifiek omschreven gevallen, zoals dit bij de Wieden en Weerribben het geval is.

Hoe kan een boer die stikstof (ammoniak) uit de mest verwijdert, dat meenemen in zijn mestboekhouding of verrekenen met zijn stikstof-plaatsingruimte?

Mest die afgevoerd wordt van het primaire bedrijf wordt gewogen, bemonsterd en geanalyseerd. Op deze wijze kan een boer aangeven dat de mest die hij afvoert minder stikstof bevat. Verwijderde ammoniak inzetten als kunstmestvervanger is juridisch nog niet mogelijk. Wel kan de verwijderde ammoniak van het bedrijf worden afgevoerd (met wegen, bemonsteren en analyse), zo kan de stikstof wordt verrekend met de stikstofplaatsingsruimte op het bedrijf.

Gaan jullie ook stimuleren dat boeren de stikstof (ammoniak) uit de mest gaan extraheren? Daarmee voorkom je emissies en hoef je geen boeren voor veel geld uit kopen.

Er wordt gewerkt aan diverse subsidieregelingen op dit vlak. Ten eerste een subsidieregeling voor hoogwaardige mestverwerking, waarin wordt gestimuleerd dat dierlijke mest wordt opgewaardeerd tot hoogwaardige bemestingsproducten, die kunstmest kunnen gaan vervangen. Deze maatregel wordt genomen om emissie naar water en lucht te beperken en beter gebruik te maken van de grondstoffen die reeds in de regio beschikbaar zijn. Daarnaast wordt via de subsidieregeling brongerichte verduurzaming (Sbv) innovatie en verduurzaming stallen gestimuleerd, waarbij ook nadrukkelijk naar de ammoniak-emissies wordt gekeken. Dit pakket helpt de algehele ammoniak emissie van de landbouw te reduceren.