Landbouw

Te veel stikstofneerslag in de natuur is schadelijk voor verschillende planten en dieren. Omdat 46% van de totale stikstofneerslag uit de landbouw komt, werkt het kabinet aan maatregelen om de stikstofneerslag die deze sector veroorzaakt, te verminderen.

Bij landbouw wordt stikstof met name uitgestoten in de vorm van ammoniak: een kleurloos gas. Dit gas komt vrij wanneer urine in contact komt met dierlijke mest. Ook komt ammoniak vrij bij het bemesten van het land.

Kringlooplandbouw

De agrarische sector heeft de afgelopen jaren veel stappen gezet op het gebied van verduurzaming. De Nederlandse landbouwsector is daarmee al op de goede weg. De overstap naar kringlooplandbouw, met zorgvuldig gebruik van alles wat de natuur te bieden heeft, is de toekomst. Hierbij gooien we niets meer weg en zijn mest en andere reststromen een kostbaar goed in plaats van een afvalproduct.

Maatregelen

Maatregelen die de overheid nu treft om versneld de stikstofneerslag te verminderen, sluiten hierop aan. Daarbij wordt geld beschikbaar gesteld voor innovaties die zijn gericht op de aanpak van schadelijke emissies.

Het kabinet wil de stikstofuitstoot verder terugdringen door de samenstelling van (kracht)voer te wijzigen. Veevoer bevat vaak meer eiwit dan nodig is. Daardoor komt er meer ammoniak - een vorm van sikstof- uit urine en mest. Een aanpassing in het voer vermindert dus de uitstoot van stikstof uit de veehouderij. 

Ook heeft het kabinet de Subsidieregeling sanering varkenshouderijen, ook wel ‘warme sanering’ genoemd, uitgebreid met €60 miljoen extra. Hierdoor is het totaal beschikbare bedrag voor deze regeling verhoogd tot €180 miljoen euro.

Aanvullend pakket maatregelen

Het kabinet komt in december met een aanvullend pakket maatregelen. Hiervoor wordt ook gesproken met de sector. In dit pakket wil het kabinet ook een generieke drempelwaarde opnemen voor projecten en activiteiten die een lage neerslag veroorzaken. Begin december maken het kabinet en provincies ook afspraken over beleidsregels, zodat alle vergunningaanvragers weten waar zij aan toe zijn.