De stikstofaanpak

De natuur versterken en het de kans geven zich te herstellen, daar moet de stikstofaanpak aan bijdragen. Dat is vastgelegd in de Wet Stikstofreductie en Natuurverbetering, die op 1 juli 2021 in werking trad. Hiervoor zijn Europese stikstofreductiedoelen opgesteld. Het behalen van die doelen helpt om de staat van onze natuur op orde te brengen. In het programma Stikstofreductie en Natuurverbetering  en het Nationaal Programma Landelijk Gebied wordt gewerkt aan het halen van onder meer deze doelen. 

Om de Europese natuurdoelen te kunnen halen moet de stikstofneerslag in Natura 2000-gebieden sterk verminderen. Daarom zijn er stikstofreductiedoelen opgesteld.  Met het coalitieakkoord heeft het kabinet de huidige wettelijke doelstelling uit de Wet stikstofreductie en natuurverbetering van 2035 naar voren gehaald. Dit betekent dat in 2030 74% van het stikstofgevoelig Natura 2000-areaal onder de kritische depositiewaarde (KDW) moet zijn gebracht. De KDW is de grens waarboven het risico bestaat dat de kwaliteit van een habitat significant wordt aangetast door de stikstofneerslag. 

Hoe doen we dat?

Het Programma Stikstofreductie en Natuurverbetering moet ervoor zorgen dat de stikstofreductiedoelen worden behaald. Het behalen van die doelen helpt om de staat van onze natuur op orde te brengen. Het programma is ontwikkeld samen met provincies en andere betrokken medeoverheden en zorgt voor:

  • De uitvoering van maatregelen om de stikstofneerslag bij de bron te verminderen;
  • Maatregelen om de natuur te versterken;
  • Een aanpak om gebiedsplannen op te stellen;
  • Tussentijdse monitoring en eventuele bijsturing. 

Het programma lag van 25 mei tot en met 5 juli 2022 ter inzage en wordt naar verwachting in het najaar van 2022 vastgesteld. Met het Programma Stikstofreductie en Natuurverbetering ligt er een stevige basis van de structurele stikstofaanpak en wordt invulling gegeven aan de plannen van het vorige kabinet. De aangekondigde verbreding van de stikstofaanpak wordt momenteel verder uitgewerkt in het Nationaal Programma Landelijk Gebied.

Verbreding stikstofopgave: Nationaal Programma Landelijk Gebied

Naast de opgaves op het terrein van stikstof en natuur, liggen er ook opgaves op het terrein van bodem, water en klimaat. Het kabinet wil stikstofmaatregelen in een zogenoemde gebiedsgerichte aanpak slim combineren met andere maatregelen om de natuur, de bodem en de waterkwaliteit te verbeteren en de klimaatopgave te halen. Dat gebeurt via een Nationaal Programma Landelijk Gebied. In dit programma komen de opgaven voor natuur, water en klimaat samen. Het kabinet heeft hiervoor 24,3 miljard euro beschikbaar gesteld, bovenop bestaande middelen. 
Voor de stikstofopgave werkt het Nationaal Programma Landelijk Gebied intensief samen met het Programma Stikstofreductie en Natuurverbetering. Het Nationaal Programma Landelijk Gebied legt de focus op de landbouw als belangrijkste ruimtegebruiker en emissiebron in het landelijk gebied. Het programma Stikstofreductie en Natuurverbetering richt zich ook op emissiebronnen uit andere sectoren (industrie, mobiliteit, bouw en energie). De komende tijd wordt de samenwerking tussen de twee programma’s verder uitgewerkt, om zo te komen tot een integrale (gebiedsgerichte) aanpak die voldoet aan de bredere ambities uit het coalitieakkoord.

Gebiedsgericht

Om de doelen voor stikstofreductie en natuurverbetering te halen, is een groot deel van de maatregelen al in ontwikkeling of in uitvoering. Naast landelijke maatregelen wordt ook per gebied gekeken wat nodig is om de natuur te herstellen. De sociaaleconomische context, de stikstofneerslag en de staat van de natuur verschillen immers per gebied. Er is maatwerk nodig per gebied. Alle sectoren – industrie, landbouw, verkeer, zee- en luchtvaart – leveren een bijdrage en nemen maatregelen om de stikstofuitstoot te verlagen. Provincies werken in een gebiedsgerichte aanpak samen met gemeenten, waterschappen, ondernemers en terreinbeheerders. De definitieve stikstofreductiedoelen en het maatregelpakket daarbij worden in juli 2023 vastgesteld via de provinciale gebiedsplannen, die onderdeel worden van de brede gebiedsprogramma’s op het terrein van natuur, water en klimaat.