Vergunningen

Wat is de gebiedsgerichte aanpak?

De gebiedsgerichte aanpak is een combinatie van nationale stikstofreductiemaatregelen die het Rijk neemt (en die gebiedsgericht worden geïmplementeerd) en maatregelen die decentrale overheden nemen om de stikstofuitstoot in de regio’s te verminderen. Daarnaast zijn er maatregelen om de natuur te herstellen. Dit samen creëert ruimte voor economische en maatschappelijke ontwikkelingen.

Wat moet de provincie doen als er door dit pakket aan nationale stikstofmaatregelen onvoldoende ruimte wordt gecreëerd voor economische ontwikkeling?

In dat geval moeten de provincies zelf aanvullende maatregelen nemen om ruimte te creëren voor vergunningverlening.

Welke mogelijkheden voor vergunningverlening zijn er?

Gelukkig zijn er inmiddels verschillende manieren om een natuurvergunning te krijgen. Het is goed om te weten dat een vergunning niet nodig is als er geen sprake is van negatieve stikstofeffecten van een project op Natura 2000- gebieden. Dit wordt beoordeeld met behulp van een ecologische toets.  Aanvullend bieden aanpassingen binnen een project of locatie (intern salderen) mogelijkheden om een vergunningaanvraag te onderbouwen. Een andere mogelijkheid om een natuurvergunning te krijgen biedt de zogenaamde ADC-toets. Om deze toets succesvol te doorlopen moet er sprake zijn van het ontbreken van alternatieven, een dwingende reden van groot openbaar belang en moet de schade aan de natuur gecompenseerd worden. Sinds 24 maart kan een natuurvergunning ook worden aangevraagd op basis van het stikstofregistratiesysteem. Dit geldt in eerste instantie voor de woningbouw en een beperkt aantal grote infraprojecten. Verder is er nu al de mogelijkheid voor extern salderen waarbij een bedrijf van een ondernemer die stopt, kan worden opgekocht. Van de stikstofruimte die dat oplevert, gaat 30% naar herstel van natuur en  70% komt beschikbaar voor nieuwe activiteiten. Uitzondering hierop waren tot nu toe de veehouderijen. Het kabinet en provincies willen dat het binnenkort mogelijk wordt een veehouderij op te kopen en zo stikstofruimte te verkrijgen. Verleasen van stikstofruimte hoort binnenkort tot de mogelijkheden. Hierdoor kan aan activiteiten met een tijdelijke en relatief beperkte stikstofdepositie een vergunning worden verleend.

Wat is extern salderen?

Als bedrijven een project willen wijzigen of een nieuw project willen starten waarbij stikstof vrijkomt hebben zij daar tenminste een natuurvergunning voor nodig. Deze vergunning kan worden afgegeven als de stikstofdepositie die het bedrijf veroorzaakt niet toeneemt. Dit kan niet altijd binnen het project of op de locatie worden opgelost. Er is dan een andere optie: extern salderen. Bij extern salderen nemen bedrijven stikstofemissie over van andere bedrijven die (deels) stoppen.

Hoe kan – met de openstelling van extern salderen voor veehouderijbedrijven - een ongerichte en ongecontroleerde uitkoop van het platteland worden voorkomen?

Het kabinet is van plan om met de provincies af te spreken dat bij extern salderen een initiatiefnemer (zowel publiek als privaat) zich vooraf meldt bij de provincie over een voorgenomen aankoop. Zo kunnen provincies op transparante wijze een aankoop afwegen in het licht van de gebiedsgerichte aanpak. Bovendien wordt met de provincies besproken of, en zo ja hoe, de gebiedsplannen op termijn het afwegingskader gaan vormen op basis waarvan een bevoegd gezag in het kader van de gebiedsgerichte aanpak een vergunningaanvraag met extern salderen kan toekennen of afwijzen.

Wat als extern salderen leidt tot ongewenste effecten als bijvoorbeeld leegstand of speculatief opkopen van stikstofruimte?

Het is inderdaad belangrijk om de effecten van de openstelling van extern salderen goed in de gaten te houden, zodat eventuele ongewenste effecten tijdig kunnen worden voorkomen. De bevoegd gezagen willen dit dan ook maandelijks monitoren. Indien tijdens deze maandelijkse gesprekken, waar ook het Ministerie van LNV is vertegenwoordigd, duidelijk wordt dat er sprake is van ongewenste effecten, dan zal de Minister van LNV ingrijpen. Na een half jaar wordt een tussenbalans opgemaakt en na een jaar wordt de regeling grondig geëvalueerd en bekeken of de regeling wordt verlengd.  

Leidt de regeling tot extern salderen bij veehouderijen niet tot leegstand?

Met de provincies wordt momenteel bekeken hoe ongewenste effecten zoals leegstand voorkomen kunnen worden, bijvoorbeeld door sloop of herbestemming als voorwaarde voor extern salderen te stellen.

Per wanneer is extern salderen voor veehouderijen mogelijk?

Het streven is om dit op korte termijn open te stellen, maar zorgvuldigheid staat voorop. We willen ongewenste effecten zoals bijvoorbeeld leegstand of het speculatief opkopen van stikstofruimte voorkomen.

Wat is verleasen van stikstofruimte?

Verleasen betekent dat een ondernemer een deel van zijn niet-benutte stikstofruimte in zijn vergunning op tijdelijke basis beschikbaar kan stellen aan een andere initiatiefnemer. Dit is met name belangrijk voor partijen die een tijdelijke stikstofuitstoot hebben, bijvoorbeeld bij de aanleg van windmolens of zonnepanelen. Door stikstofruimte van een ander tijdelijk te leasen, kunnen zij deze (privaat, publiek) voor (tijdelijke) activiteiten gebruiken.

Voor welke bedrijven is verleasen straks mogelijk?

Verleasen is mogelijk voor alle bedrijven die een vergunning willen aanvragen omdat zij tijdelijk stikstofuitstoot veroorzaken.

Waarom wordt verleasen opengesteld voor een periode van een jaar?

Verleasen is een optie voor bedrijven die tijdelijk stikstofruimte nodig hebben. Na een jaar evalueren we de regeling om te kijken in hoeverre dit voor deze bedrijven inderdaad een geschikte en gewenste optie is gebleken. Indien verleasen ongewenste effecten met zich mee brengt kan de regeling worden ingetrokken.

Wat gebeurt er na dit jaar? Is er een kans dat dit niet wordt verlengd?

Na een jaar wordt de regeling geëvalueerd. Indien blijkt dat verleasen (te veel) ongewenste effecten met zich mee brengt kan de regeling worden ingetrokken.

Veel organisaties hebben vorig jaar gepleit voor een drempelwaarde. Gaat deze er komen?

Het Kabinet onderzoekt met provincies de mogelijkheden voor het invoeren van een regionale drempelwaarde. Naar verwachting kan rond de zomer nadere besluitvorming plaatsvinden.