Streefwaarde

Wat is een streefwaarde?

Een streefwaarde is een kwantitatief doel (uitgedrukt in een getal dus) dat wordt beoogd.

Wat is het doel voor 2030? En wat betekent dit?

In 2030 moet minimaal de helft van de hectares met stikstofgevoelige natuur in Natura 2000-gebieden onder de maximum waarde, de zogenoemde kritische depositiewaarden (KDW), zijn gebracht. Dat betekent dat op deze Europees beschermde hectares niet meer stikstof mag neerslaan dan het gebied zonder schade kan verwerken.

In relatie tot de streefwaarde wordt steeds gesproken over het aantal mol per hectare. Wat wordt hiermee bedoeld?

Stikstofdepositie - het neerslaan van stikstof op de grond - wordt uitgedrukt in een aantal molen stikstof per hectare per jaar. De meest belangrijke vormen van stikstof die in de natuur neerslaan zijn stikstofoxiden en ammoniak. Dit zijn zogenaamde stikstofverbindingen waarbij stikstof door chemische reacties wordt verbonden aan andere stoffen zoals zuurstof en waterstof. Bij stikstofdepositie gaat het alleen om het pure stikstof en dat wordt uitgedrukt in het aantal molen stikstof (N) per hectare per jaar. Mol is daarbij een handige gewichtseenheid, maar het zou ook in kilogram uitgedrukt kunnen worden.

Waarom is er gekozen voor een tijdshorizon van 10 jaar (2030) en niet voor bijvoorbeeld 30 jaar?

Dit is een horizon die realistisch en haalbaar is. Verder vooruitkijken geeft een schijnzekerheid. De natuur wordt nauwkeurig gemonitord, om de zes jaar is er een grote rapportage over de stand van zaken van de natuur. Daarom is er voor gekozen om elke zes jaar vooruit te kijken, zo wordt in 2026 bepaald wat er nodig en haalbaar is voor 2040.

Hoe hard is de afspraak over de streefwaarde?

De streefwaarde is hard genoeg dat ook een volgend kabinet zich moet inspannen om actief aan de stikstofvermindering en natuurverbetering te werken. Tegelijkertijd is de streefwaarde adaptief genoeg om rekening te houden met externe factoren die flinke veranderingen kunnen ondergaan, zoals klimaatverandering en uitstoot uit het buitenland. De streefwaarde zal niet zo hard zijn als de doelstelling voor broeikasgassen, omdat stikstof een heel ander en veel complexer effect heeft. Daarnaast is de natuur ook te verbeteren met andere maatregelen die niet met stikstof te maken hebben. Daarom is het wenselijk om een adaptieve streefwaarde te hanteren, zodat er om de zoveel jaar gekeken wordt naar wat de natuur nodig heeft en op welke manier dat gerealiseerd kan worden.

Hoe zorgt het kabinet ervoor dat de streefwaarde wordt gehaald? Hoe gaat het kabinet dit monitoren?

De stikstofdepositie wordt op dit moment al gemonitord door het RIVM en dat zal in de toekomst worden geïntensiveerd. Om ervoor te zorgen dat de streefwaarde ook daadwerkelijk wordt gehaald, wordt er om de paar jaar gekeken of de bronmaatregelen effectief genoeg zijn. Als dat niet zo blijkt te zijn, dan wordt het pakket aan maatregelen aangescherpt of aangevuld. Als blijkt dat door externe factoren, bijvoorbeeld door toenemende uitstoot uit het buitenland, de streefwaarde niet behaald kan worden, dan kan deze in een uiterste geval naar beneden worden bijgesteld. Het belangrijkste bij deze streefwaarde is dat we kunnen worden afgerekend op wat we zelf in de hand hebben. En hierbij gaat het om onze eigen binnenlandse opgave.