Mobiliteit

Algemeen

Komt de reductie in mobiliteit niet ook door de coronacrisis waardoor we minder reizen?

In het webinar op 25 januari 2021 werd gerefereerd aan de afname van stikstof in de mobiliteit door eerder genomen maatregelen op nationaal en internationaal niveau. Deze reductiecijfers zijn exclusief de effecten van de Coronacrisis.

We willen dat alle vervoersmiddelen schoner worden. Daarom hebben we internationaal en in Europa afspraken gemaakt over de uitstootnormen voor wegverkeer, luchtverkeer, scheepvaart en mobiele voertuigen. Zo zien we dat de stikstofuitstoot door mobiliteit tussen 1990 -2018 sterk is gedaald (ruim 60% excl. zeevaart). Tussen 2010 en 2018 gaat het om een daling van ruim 30% in stikstofoxiden. Verwacht wordt dat de stikstofuitstoot in de toekomst verder zal dalen (in 2030 afname bijna 40% excl. zeevaart). De belangrijkste reden is dat in Europa normen worden gesteld voor de uitstoot (emissie) voor de verschillende mobiliteitssectoren. Deze normen zorgen er voor dat er steeds schonere voertuigen komen.

Die daling in uitstoot kan nog sterker worden door de aangekondigde maatregelen in het Klimaatakkoord en het Schone Lucht Akkoord.

Alles wat ergens de lucht ingaat, komt ergens ook weer terug. Wat heeft het voor zin om hier te beperken, terwijl het gewoon van over de grens ook hier komt. Denk aan luchtvaart

Stikstof houdt zich inderdaad niet aan grenzen van landen of wereld delen. Daarom is het goed om ook op internationaal niveau en Europees niveau afspraken te maken om de uitstoot te beperken.

Wegvervoer

Waarom mag je honderddertig rijden in N2000 zoals de Veluwe?

Het kabinet heeft besloten om op snelwegen in beheer van het rijk de maximum snelheid te verlagen naar 100 km/uur tussen 6:00 en 19:00 uur.

Wordt het verminderen van vervoer (vrachtverkeer) ook gestimuleerd? Incl. modal shift?

Ja. Er worden maatregelen genomen om het vrachtvervoer over water te stimuleren (modal shift). Daarnaast wordt ingezet op schonere en efficiënte logistiek. Onder andere in steden. Denk hierbij aan de inzet van een emissie loos voertuig of een logistiek concept waarbij gewerkt wordt met hubs en er dan overslag plaats vind naar andere type voertuigen en vaartuigen.

Wat was het verwachtte en wat is het echte effect van de 100 km/u maatregel?

Bij de aankondiging van de maatregel in november 2019 werd een effect verwacht van gemiddeld 1,2 mol/ha/j (prognose RIVM). Uit de meest recente berekening door het RIVM (aerius.nl) volgt een effect van gemiddeld 2,2 mol/ha/j op stikstofgevoelige habitats in Natura 2000-gebieden (januari 2021). Bij de effectberekeningen is uitgegaan van emissies van voertuigen die door TNO zijn bepaald op basis van praktijkmetingen bij verschillende snelheidslimieten.

De vrijvallende stikstofruimte van de 100-maatregel bleek beperkter dan aangenomen. Maar er was al meer dan de gunstig berekende ruimte vergeven aan woningbouw en (snel) wegen. Hoe wordt dit hersteld?

Op 13 november 2019 heeft het kabinet drie maatregelen aangekondigd die tot minder stikstof leiden om zo bij te dragen aan de versterking van de natuur en ruimte vrij te maken voor nieuwe initiatieven. Naast de snelheidsmaatregel heeft het kabinet toen een veevoermaatregel en een subsidieregeling voor de sanering van varkenshouderijen aangekondigd. De snelheidsmaatregel is in maart 2020 van kracht geworden. De verwachting is dat in het voorjaar van 2021 de stikstofruimte als gevolg van de subsidieregeling varkenshouderijen (SRV) vrijkomt. Er is afgezien van de veevoermaatregel.

Er kan in het stikstofregistratiesysteem (SSRS )niet meer stikstofdepositieruimte worden toegedeeld aan vergunningen en andere toestemmingsbesluiten dan er beschikbaar is. Het uitgangspunt hierbij is dat ten minste 30% van de verminderde stikstofdepositieruimte ten goede komt aan de natuur. De overige 70% wordt opgenomen in het SSRS en kan gebruikt worden voor het vlot trekken van de toestemmingverlening aan woningbouw en zeven MIRT-projecten.

Wat kan het effect zijn als rondom alle steden dag en nacht 80 km/u ingevoerd wordt rondom stikstof en CO2

Deze specifieke maatregel is niet onderzocht in het kader van de structurele aanpak stikstof. Er spelen voor het beantwoorden van deze vraag meerdere factoren een rol. Voor de emissies is niet alleen de gereden snelheid, maar ook de dynamiek in het verkeer belangrijk (variatie in snelheden). In bepaalde situaties kan een verlaging naar 80 km/uur bijvoorbeeld tot meer files en dus emissies leiden. Ook kan een dergelijke snelheidsverlaging tot andere routekeuzes leiden, waardoor de intensiteiten op het onderliggend wegennet toenemen. Dat kan leiden tot meer uitstoot en geluidhinder op locaties waar meer mensen wonen en tot grotere risico’s in het kader van verkeersveiligheid.

Waarom Zero Emissie Stadslogistiek niet verplicht stellen in 2030? Dan heeft men tijd om over te schakelen. Nu is het vrijblijvend. Logistiek gaat hard!

Op 9 februari 2021 is de uitvoeringsagenda stadslogistiek ondertekend. Steden door het hele land voeren vanaf 2025 een zero-emissiezone in, zodat ze volledig schoon bevoorraad worden. Belangrijk doel van de afspraken is ervoor zorgen dat ondernemers en vervoerders hun werk in de stad goed kunnen blijven doen. Er zijn heldere afspraken gemaakt die voor alle zero-emissiezones gaan gelden, zodat de overgang haalbaar en betaalbaar is, ook voor de kleine ondernemer. Gemeenten moeten het instellen van een zone minimaal vier jaar van tevoren aankondigen. Daarnaast maakt het kabinet de aanschaf of lease van een schone bestelbus of vrachtwagen de komende jaren aantrekkelijker. De subsidieregeling voor schone bestelbussen is op 9 februari 2021 definitief geworden. Vanaf 15 maart 2021 kunnen ondernemers tot 5000 euro subsidie krijgen bij aanschaf of lease van zo’n bestelbus. Ook komt er de komende jaren extra aandacht voor de kleine ondernemers om hen te helpen bij de overstap. Op vrijdag 5 februari is bekend gemaakt dat ook voor schone vrachtwagens in maart het subsidieloket open gaat. Provincies en gemeenten zijn met de netbeheerders volop aan de slag om te zorgen dat er genoeg laadpalen op plek staan waar ze nodig zijn. Nederland is koploper in Europa bij de aanleg van laadpalen.

Adbleu is toch stikstofverbinding die zorgt voor schone motors? Leg eens uit

AdBlue is het reagens dat ammoniak bevat en dat in de katalysator van de vrachtwagen reageert met stikstofoxiden (NOx) en deze reduceert tot onschadelijke stoffen. De meeste Euro V dieselvrachtwagens en alle Euro VI dieselvrachtwagens zijn uitgerust met een AdBlue systeem met SCR-katalysator om de uitstoot van stikstofoxiden in de uitlaatgassen terug te dringen. Er zijn aanwijzingen dat bij 5 tot mogelijk wel 10% van de moderne vrachtwagens het AdBlue systeem niet meer goed werkt of is gemanipuleerd. Manipulatie wordt gedaan om de kosten voor AdBlue en vooral ook van onderhoud en reparatie van het AdBlue systeem uit te sparen. Manipulatie van AdBlue systemen door voertuigeigenaren en garagebedrijven is in Europees kader verboden.

Scheepvaart

Stimuleren stroomgebruik bij recreatievaart? Wat zijn de mogelijkheden?

In de meeste jachthavens wordt walstroom aangeboden aan de recreatievaart.

Is walstroom altijd 100% groen? Anders is het toch gewoon verleggen van uitstoot?

Of walstroom 100% groene stroom is, is afhankelijk van de afspraken die hierover zijn gemaakt met de energieleverancier. In het geval dat er geen gebruik wordt gemaakt van groene stroom zijn de NOx emissies per kWh van dieselgeneratoren aan boord van het schip overigens ook beduidend hoger dan de NOx emissies van elektriciteitscentrales. Op basis van de huidige gemiddelde productiemix van elektriciteit in Nederland wordt uitgegaan van een NOx-uitstoot van 0,46 g/kWh tegenover 8 g/kWh voor hulpmotoren op zeeschepen (bron CE Delft 2020).

Wat gebeurt er aan stikstof van zee(vaart)?

Voor de zeescheepvaart geldt dat het een internationale sector betreft. Daarvoor zijn mondiale maatregelen in het kader van het Internationale Maritieme Organisatie (IMO) het meest geëigend en effectief. Sinds 1 januari 2021 gelden aangescherpte IMO regels voor nieuwe schepen op de Noordzee, waardoor de uitstoot voor deze schepen met 80% wordt gereduceerd. Daarnaast wordt onder andere met de op 24 april 2020 aangekondigde subsidieregeling voor walstroom bijgedragen aan een reductie van de stikstofuitstoot voor zeeschepen die aan de kade liggen.

Wat is de invloed opN2 depositie richting NL (En EU) van de schepen op de Noordzee?

Binnen het domein mobiliteit levert de zeevaart een grote bijdrage aan de uitstoot, maar levert het een relatief kleine bijdrage aan de stikstofdepositie in Nederland: het gaat om een aandeel van 2,9% (bron RIVM 2019).

Wij besparen etc..zo begint filmpje over scheepvaart. Hoe groter de vervuiler nu, hoe meer xe kunnen verbeteren en zichzelf op de borst trommelen en subsidies binnenhalen.. slecht gedrag wordt achteraf beloond..ook met verschil berekening in aerius.

Voor de zeescheepvaart geldt dat het een internationale sector betreft. Daarvoor zijn mondiale maatregelen in het kader van het Internationale Maritieme Organisatie (IMO) het meest geëigend en effectief. Sinds 1 januari 2021 gelden aangescherpte IMO regels voor nieuwe schepen op de Noordzee, waardoor de uitstoot voor deze schepen met 80% wordt gereduceerd. Met walstroom voor de zeevaart kan heel gericht de stikstofuitstoot in Nederland worden teruggebracht. Dit is alleen mogelijk als de onrendabele top wordt weggenomen. Wereldwijd zijn er geen projecten bekend die zonder subsidie tot stand zijn gekomen.

De zeevaart wordt gezien als contribuant van een groot deel van de stikstofuitstoot binnen de mobiliteitsector, maar waarom is er door het Rijk ‘slechts’ 13 miljoen euro vrijgemaakt voor de uitrol van walstroom? Kan dit gereserveerde bedrag nog verhoogd worden? Een walstroomvoorziening voor zeeschepen kost namelijk al miljoenen.

Het kabinet heeft € 12 mln. beschikbaar gemaakt voor walstroom voor de zeevaart. Daarnaast heeft de Tweede Kamer de motie Van Otterloo/Harbers (Kamerstuk 35600, nr.46) aangenomen, waarin het kabinet verzocht wordt de mogelijkheden te onderzoeken voor onder andere een forse inzet op walstroomvoorzieningen.

Luchtvaart

Wordt het ook tijd dat Schiphol gaat krimpen? NOx-uitstoot >5 km moet nu ook meegerekend worden, waardoor wellicht de luchtvaart meer N uitstoot?

Het Adviescollege Stikstofproblematiek o.l.v. dhr. Remkes heeft voor haar advies over de luchtvaartsector uitgebreid onderzoek heeft gedaan naar de bijdrage van de luchtvaartsector aan de stikstofdepositie in Nederland. Uit analyses, meetgegevens en modelberekeningen (uitgevoerd door het RIVM en TNO) komt naar voren dat de totale bijdrage aan de stikstofdepositie van de luchtvaart zich bevindt in een bandbreedte 0,7 en 1,1% van het nationale totaal voor stikstof (NOx en NH3).

Uit analyses van het RIVM en TNO blijkt dat de depositiebijdrage van emissies door vliegverkeer boven 3.000 voet (+/- 914 meter) ongeveer 1% bedraagt van de totale deposities. Deze bijdrage is voor het grootste deel afkomstig van Europees en intercontinentaal vliegverkeer die geen Nederlandse Luchthavens aandoen.

Het vliegverkeer van en naar Nederlandse luchthavens draagt gemiddeld 0,1% bij aan de gemiddelde deposities in Nederland. Dit betreft de bijdrage van de emissies door vliegverkeer tot een hoogte van 3.000 voet (+/- 914 meter). De emissies van vliegverkeer boven 3.000 voet (+/- 914 meter) van en naar Nederlandse luchthavens dragen ongeveer 0,01% bij aan de totale gemiddelde deposities.   

Luchtvaart: worden hier ook de emissies van kruisend vliegverkeer meegerekend. Of wordt alleen gekeken naar starts en stops (ofwel emissies nabij het betreffende luchtvaart terrein).

Conform het advies van de commissie Remkes en het advies van de Commissie m.e.r. en het RIVM worden de stikstofemissies van de zogenaamde LTO cyclus (Landen, Taxiën en Opstijgen) tot 3.000 voet meegenomen bij het bepalen van de effecten op de stikstofdepositie.

Hoe is de impact van luchtvaart op de stikstofdepositie meegenomen in de Luchtvaartnota?

Zie hiervoor paragraaf 4.5 over ‘Natuurbescherming’ in de luchtvaartnota (pagina 56 en 57).

Wat zijn de echte stikstof depositie cijfers als de volledige uitstoot, dus ook die boven de 914 meter, wordt meegeteld?

Het Adviescollege Stikstofproblematiek o.l.v. dhr. Remkes heeft voor haar advies over de luchtvaartsector uitgebreid onderzoek heeft gedaan naar de bijdrage van de luchtvaartsector aan de stikstofdepositie in Nederland.

Uit analyses, meetgegevens en modelberekeningen (uitgevoerd door het RIVM en TNO) komt naar voren dat de totale bijdrage aan de stikstofdepositie van de luchtvaart zich bevindt in een bandbreedte 0,7 en 1,1% van het nationale totaal voor stikstof (NOx en NH3).

Het vliegverkeer van en naar Nederlandse luchthavens draagt gemiddeld 0,1% bij aan de gemiddelde deposities in Nederland. Dit betreft de bijdrage van de emissies door vliegverkeer tot een hoogte van 3.000 voet (+/- 914 meter).

De emissies van vliegverkeer boven 3.000 voet (+/- 914 meter) dragen ook bij aan de deposities op Nederlandse natuurgebieden. Uit analyses van het RIVM en TNO blijkt dat de depositiebijdrage van emissies door vliegverkeer boven 3.000 voet (+/- 914 meter) ongeveer 1% bedraagt van de totale deposities. Deze bijdrage is voor het grootste deel afkomstig van Europees en intercontinentaal vliegverkeer die geen Nederlandse Luchthavens aandoen. De emissies van vliegverkeer boven 3.000 voet (+/- 914 meter) van en naar Nederlandse luchthavens dragen ongeveer 0,01% bij aan de totale gemiddelde deposities.