Vragen over natuurherstel

Hoe worden Natura 2000-gebieden aangewezen?

Nederland meldt een natuurgebied aan bij de Europese Unie onder de Habitatrichtlijn. De EU voegt deze toe aan de lijst met beschermde gebieden. Dit is voor de meeste gebieden in 2003 gebeurd. Vervolgens wijst de minister van LNV het gebied aan als Natura 2000-gebied onder Nederlandse wetgeving (Wet natuurbescherming). Dit gebeurt via een aanwijzingsbesluit. In dit besluit staat de begrenzing van het gebied en de doelen voor habitattypen en vogelsoorten die in stand gehouden moeten worden. De meeste gebieden in Nederland zijn inmiddels definitief en onherroepelijk aangewezen. Als een Natura 2000-gebied eenmaal is aangewezen wordt een beheerplan opgesteld door het bevoegd gezag (meestal de provincie) in samenwerking met alle betrokken partijen in en om het gebied. In het beheerplan staan de maatregelen beschreven die nodig zijn om de beoogde doelen te halen. Na aanmelding of aanwijzing van een natuurgebied moet voor projecten of plannen in of nabij het gebied een vergunning aangevraagd worden in het kader van de Wet natuurbescherming.

In het hele proces om te komen tot een aanwijzingsbesluit en een beheerplan worden belanghebbenden (overheden, bewoners, bedrijven, recreanten etc.) zo intensief mogelijk betrokken. Daarnaast bestaat de mogelijkheid om via het juridische traject op het ontwerp-aanwijzingsbesluit en het ontwerp-beheerplan een zienswijze in te dienen. Daarna kan nog tegen de definitieve versie van het aanwijzingsbesluit of het beheerplan in beroep worden gegaan door belanghebbenden.

Welke typen Natura 2000-gebieden zijn gevoelig voor stikstof? Hoeveel stikstof is er?

Per stikstofgevoelig type natuurgebied is vastgelegd wat de maximale hoeveelheid stikstofneerslag (KDW; kritische depositiewaarde) is. Deze bepaalt de grens waarboven het risico bestaat dat de kwaliteit van het natuurgebied significant wordt aangetast. In 118 van de ruim 160 Natura 2000-gebieden in Nederland bevinden zich nu stikstofgevoelige natuurtypen waarbij de KDW wordt overschreden.

Hoe wordt de stikstofneerslag gemeten?

Het RIVM meet de concentratie van stikstofoxiden en ammoniak in de lucht met twee meetnetten: het Landelijk meetnet luchtkwaliteit (LML) en het Meetnet Ammoniak in natuurgebieden (MAN). Het LML omvat circa 60 meetpunten en wordt samen met gemeenten en regio’s uitgevoerd. Het MAN omvat meer dan 300 meetpunten in 80 natuurgebieden Sinds januari 2019 hangen er in 20 Natura 2000-gebieden ook meetbuisjes die de stikstofdioxideconcentratie maandelijks meten. Daarnaast meet het RIVM de natte depositie in regenwater en op enkele plekken de droge depositie. Vanaf 2020 zullen op 2 extra locaties droge depositie metingen worden gedaan.

In welke Natura 2000-gebieden gaat het niet goed met de natuur? En in welke Natura 2000-gebieden zijn positieve ontwikkelingen?

Ieder gebied bestaat uit verschillende habitattypen. Met sommige daarvan gaat het beter, met andere slechter. Er is lang niet altijd een eenduidig beeld per gebied. Gemiddeld genomen kan worden gesteld dat gebieden op de hoge zandgronden het moeilijk hebben en het beter gaat in de gebieden langs de rivieren.

Zijn de natuurdoelen nog wel te behalen?

Het kabinet kiest voor een robuuster en realistisch natuurbeleid. Hierbij houdt het kabinet het huidige beleid kritisch tegen het licht en zet het vol in op robuust en realistisch beleid dat zo efficiënt mogelijk bijdraagt aan het verbeteren van de natuur en beter natuurbeheer. Met deze inzet werkt het kabinet aan een goede instandhouding van de natuur. Het kabinet heeft een 100% doelbereik van de Vogel- en Habitatrichtlijnen (VHR) in 2050 als doel gesteld (Kamerstuk 26 407, nr. 130). Dat betekent dat in dat jaar alle soorten en habitattypen waarvoor Nederland in Europees verband een verantwoordelijkheid heeft in een gunstige staat van instandhouding verkeren.

Wat gebeurt er als Nederland de doelen niet haalt?

De inspanningen zijn erop gericht de doelen te halen. Wanneer doelen onhaalbaar blijken, bijvoorbeeld als gevolg van klimaatverandering, zal het kabinet het gesprek aangaan met de Europese Commissie over aanpassing van doelen. De toets van de Commissie op het aanpassen van doelen is echter streng.

Wat is het Natuur Netwerk Nederland en hoe verhoudt zich dat tot Natura 2000?

Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is het Nederlands netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. Natura 2000-gebieden maken daar onderdeel van uit. Het netwerk moet natuurgebieden beter verbinden met elkaar en met het omringende agrarisch gebied.

Lopen we achter in het realiseren van de Natura 2000-doelen?

55% van de habitattypen en soorten in Natura 2000-gebieden verkeren in een gunstige staat. Er is veel meer nodig dan het huidige natuurbeleid om richting een landelijke gunstige staat van instandhouding te gaan. 

Waar bestaat natuurbeheer uit?

Voorbeelden van maatregelen om natuur te versterken zijn:

  • Afgraving van een deel van de bodem door plaggen of baggeren
  • Maaien, begrazen of verbranden
  • Bomen kappen
  • Herstel waterhuishouding
  • Verhoging grondwaterpeil

Wat gaan we nu anders doen voor de natuur dan de maatregelen die al onder de PAS liepen?

Er wordt extra ingezet op het verminderen van stikstofemissies. Dat is heel belangrijk voor de natuur. Bestaande natuurherstelmaatregelen worden voortgezet en waar mogelijk versneld. Samen met de provincies is de gezamenlijke natuurambitie Nederland Natuurpositief ontwikkeld. Dit betekent verbeteren en versterken waar het werkt, en verbreden en verbinden waar het beter moet.

Tegelijkertijd is het belangrijk telkens het huidige beleid te blijven evalueren. Daarom gaan we voor Natura 2000-gebieden alle aanwijzingsbesluiten en wijzigingsbesluiten nalopen op doelen die niet direct voortvloeien uit de Vogel- en Habitatrichtlijn. Ook gaan we alle Natura 2000-gebieden bekijken op de haalbaarheid van hun doelen en in kaart brengen wat de mogelijkheden voor samenvoegen of herindelen van gebieden zijn.

Dit is een heel zorgvuldig proces in samenwerking met provincies en terreinbeheerders. Zodra de resultaten beschikbaar zijn volgt een gesprek met de Europese Commissie over eventuele aanpassing van doelen of gebieden.

Wat wordt bedoeld met ‘robuuste’ natuurgebieden?

Robuuste natuurgebieden kunnen tegen een stootje: ze hebben de potentie om de doelen voor de soorten en habitattypen in dat gebied te realiseren. Soms betekent dit dat een gebied voldoende oppervlakte heeft, soms dat het gebied verbonden is met andere gebieden en altijd dat de omgevingscondities zodanig zijn of gemaakt kunnen worden dat ze bijdragen aan het bereiken van een gunstige staat van de natuur.