Vragen en antwoorden over de Subsidieregeling sanering varkenshouderij

Hoeveel heeft de Subsidieregeling sanering varkenshouderijen (Srv) opgeleverd aan stikstofruimte?

Het RIVM schat dat de Srv een reductie van gemiddeld 2,8 mol/ha/jr op Natura 2000-gebieden oplevert. Dat is minder dan de prognose van gemiddeld 8,5 mol/ha/jr. 

Hoe kan het dat er verkeerd is ingeschat wat de stikstofopbrengst van de saneringsregeling zou zijn?

Dat heeft verschillende oorzaken. De belangrijkste oorzaken zijn een lager aantal stoppende varkenshouders dan vooraf was ingeschat, een lagere gemiddelde stikstofemissie per bedrijf en een gemiddeld andere ligging dan geraamd ten opzichte van Natura 2000-gebieden van de deelnemende bedrijven. Dit vertaalt zich in een lagere stikstofdepositie en dus minder stikstofwinst.

De inschatting van RIVM geeft een gemiddelde weer voor alle Natura 2000-gebieden. Per Natura 2000-gebied kan de stikstofwinst sterk variëren (van 0,1 tot 24,6 mol/ha/jr).

Welke gevolgen heeft dit? Kunnen er nog wel huizen/wegen worden gebouwd?

Het Rijk en de provincies besteden de financiële middelen die overblijven, 170 miljoen euro, aan andere effectieve en gebiedsgerichte maatregelen. Daarmee kan op korte termijn stikstofwinst geboekt worden om aan de woningbouw- en infrastructurele opgave te voldoen.

  • 130 miljoen wordt ingezet voor een verhoging van het budget van 350 miljoen voor de (vrijwillige) gerichte opkoop van piekbelasters rondom Natura 2000-gebieden.
  • Ook gaat er 15 miljoen euro naar het ministerie van IenW voor het nemen van maatregelen (zoals extern salderen) om MIRT-projecten mogelijk te maken
  • 20 miljoen euro gaat naar de walstroomregeling voor de zeevaart, waardoor in de kustprovincies Noord- en Zuid-Holland extra ruimte ontstaat voor met name woningbouwprojecten.

Met de maatregelen wordt over het algemeen stikstofdepositieruimte gerealiseerd om het totaal van 75.000 woningen en de aanleg van 7 grote infrastructurele projecten mogelijk te maken. Op specifieke locaties kunnen er helaas altijd knelpunten blijven.

Na de veevoermaatregel (geschrapt) nu een regeling (Srv) die niet opbrengt wat was beoogd; heeft dit negatieve gevolgen voor de voortgang van de structurele stikstofaanpak?

Nee, het kabinet investeert de komende jaren vijf miljard euro in natuurverbeteringsmaatregelen en maatregelen die de stikstofuitstoot bij de bron aanpakken. Dat is in de wet vastgelegd. In de wet is ook vastgelegd dat we dit monitoren en bijsturen bij tegenvallers, zoals we nu ook doen met de overgebleven middelen.

Hoe groot is de krimp van de varkensstapel als gevolg van de Subsidieregeling varkenshouderijen?

De regeling stond open voor varkenshouders in de concentratiegebieden Zuid en Oost (gebieden met een hoge veedichtheid). Er hebben op dit moment 278 bedrijven aangegeven gebruik te maken van de verstrekte subsidiebeschikking om definitief te stoppen met een varkenshouderijlocatie.

Deze bedrijven zijn als volgt over de provincies verdeeld:

  • Noord-Brabant: 173
  • Limburg: 55
  • Gelderland: 27
  • Overijssel: 20
  • Utrecht: 3

Hiermee worden naar verwachting in totaal 580.447 varkenseenheden doorgehaald. Dit komt overeen met 6,7 procent van het aantal varkenseenheden dat in 2019 beschikbaar was in Nederland. (Stand van zaken 6 juni 2021).

Waarom is het aantal deelnemers aan de regeling lager dan verwacht?

Een deel van de varkenshouders die in aanmerking kwamen voor de vrijwillige regeling heeft uiteindelijk besloten niet mee te doen. Bijvoorbeeld omdat zij de vergoeding niet toereikend vonden, besloten het bedrijf te verkopen, of andere toekomstplannen hadden.

Naast de hoogte van het subsidiebedrag was voor veel varkenshouders ook de doorkijk naar de toekomst een doorslaggevende factor bij hun uiteindelijke besluit om te stoppen of niet. Vragen die daarbij onder meer speelden waren wat wil ik, wat kan ik en wat mag ik op mijn productielocatie aan economische activiteiten ontwikkelen. In de evaluatie van de regeling, die volgend jaar zal plaatsvinden, zal hier aandacht voor zijn. Deze en andere lessen worden meegenomen bij de invulling van  toekomstige regelingen.

Welke lessen trekt het Rijk uit de Subsidieregeling sanering varkenshouderijen?

In de praktijk is gebleken dat ondernemers na ontvangst van de positieve subsidiebeschikking meer tijd nodig hadden om tot een afgewogen besluit te komen. Met name het verkennen van nieuwe economische kansen op de productielocatie en het overleg met gemeenten over de (on)mogelijkheden van herbestemming vergde tijd. Om ondernemers de tijd te geven om tot een afgewogen besluit over hun toekomst te komen, is de termijn van acht weken (om een getekende overeenkomst in te dienen) in individuele gevallen verlengd tot zes tot acht maanden (afhankelijk van de datum waarop de individuele subsidiebeschikking was verstrekt).

De regeling wordt volgend jaar geëvalueerd.  Deze- en andere lessen worden ook meegenomen bij de invulling van de Landelijke Beëindigingsregeling veehouderijlocaties die naar verwachting in 2022 wordt opengesteld.

Wanneer gaan we iets van merken van vermindering geuroverlast en verbetering leefomgeving?

Van de 278 varkenshouders die een overeenkomst hebben getekend, hebben er 163 de productie op een varkenshouderijlocatie inmiddels beëindigd (dieren en mest zijn afgevoerd). Op 21 locaties zijn de stallen al gesloopt. De meeste overige bedrijven volgen uiterlijk nog dit jaar.