Dijkversterkingstraject krijgt een natuurvergunning

Door de uitspraak van de Raad van State over het PAS (Programma Aanpak Stikstof), zijn veel bouwprojecten stil komen te liggen. Maar lang niet alle projecten liggen stil. In deze verhalenreeks worden projecten uitgelicht die wél doorgaan. Zoals het dijkversterkingstraject Neer in de gemeente Leudal in Limburg.

In 2010 is Rijkswaterstaat gestart met het dijkversterkingsprogramma ‘Maaswerken’. Het doel hiervan is om de primaire waterkeringen in Limburg te verstevigen en te verhogen en zo de bescherming tegen hoogwater te vergroten. Waterschap Limburg beheert de waterkeringen en voert dus ook de dijkversterkingsprojecten uit. Het dijkversterkingsprogramma bestaat uit 18 trajecten. Een van deze trajecten is het dijkversterkingstraject Neer in de gemeente Leudal. Dit traject is onderdeel van de laatste fase van het programma. De werkzaamheden aan de dijk kunnen maar een aantal maanden per jaar uitgevoerd worden, omdat de kans op hoogwater de resterende maanden te groot is om veilig aan de waterkering te kunnen werken. Een deel van de werkzaamheden in Neer werd al uitgevoerd in 2019, het laatste deel moest in 2020 gebeuren. 


Maar de stop op het PAS bracht onzekerheid binnen het project. Het aanvragen van een vergunning zou voor grote vertraging kunnen zorgen, hier was niet op gerekend. Het versterken van de dijk heeft een maatschappelijk belang en moest zo snel mogelijk gebeuren. Het aannemersbedrijf dat Waterschap Limburg had ingehuurd voor het traject, liet daarom snel een AERIUS-berekening en een ecologische toets uitvoeren. 

AERIUS-berekening

Het dijkversterkingstraject is een grote klus. Want naast het verstevigen en verhogen, moet er ook een kademuur van zeshonderd meter worden vervangen en moet de infrastructuur rondom de dijk worden aangepast. Bij deze werkzaamheden komt stikstof vrij. Om een vergunning te krijgen voor dit project, moest er worden bepaald hoeveel stikstof er door het project in naastgelegen Natura 2000-gebieden zou neerslaan en of dit schade zou kunnen veroorzaken.

Met de rekentool AERIUS is berekend of en hoeveel stikstofneerslag er door het project in Natura 2000-gebieden zou neerslaan. Uit de berekening bleek dat er neerslag zou zijn in twee Natura 2000-gebieden. Voor de werkzaamheden in 2019 zou het gegaan zijn om maximaal 0,05 mol stikstof per hectare per jaar en in 2020 maximaal 0,03 mol stikstof per hectare per jaar.

Dijkversterking Neer

Toch een vergunning

Tijdens de ecologische toets bleek dat de stikstof die in de Natura 2000-gebieden zou kunnen neerslaan, erg weinig was. Zo weinig dat het geen effect op de vegetatie, de groeisnelheid of de onderlinge concurrentie van plantensoorten kan hebben en daarmee ook geen invloed heeft op de leefgebieden van soorten binnen de Natura 2000-gebieden. In nauw overleg met Provincie Limburg werd vastgesteld dat een vergunning kon worden verkregen zonder dat er een ADC-toets nodig was. Hierdoor kon het project, zonder vertraging, toch eind april 2020 van start gaan.

Waarom zo weinig stikstof?

Dat het project zo weinig stikstofneerslag veroorzaakt, is geen toeval. De aannemer die de werkzaamheden uitvoert voor Waterschap Limburg, hield hier in de planning van het project al rekening mee. Het bedrijf maakt slimme keuzes waarmee ze de neerslag zo laag mogelijk kunnen houden. Ze kiezen er bijvoorbeeld voor om weinig beton te storten op de werkplaats en de meeste betonproducten kant-en-klaar ergens anders vandaan te laten komen. Zo zijn er minder stikstof uitstotende machines nodig. Ook wordt de kleiaanvoer voor het project via een schip gedaan dat die route normaal gesproken toch al zou varen. Door slimme keuzes in de logistiek wordt er bespaard op vrachtwagens, die anders via de reguliere verkeersstroom ingezet moesten worden.