Over het stikstofregistratiesysteem

Waarom komt er een stikstofregistratiesysteem?

Zolang de stikstofdepositie in gevoelige natuurgebieden te hoog is, hebben we een registratiesysteem nodig dat helpt om balans te houden tussen economische ontwikkelingen en natuurherstel. Het stikstofregistratiesysteem registreert per gebied de effecten van de maatregelen die de stikstofdepositie naar beneden moet brengen. Zo wordt duidelijk waar er ruimte ontstaat voor het verlenen van vergunningen, in eerste instantie bedoeld voor de woningbouw en een beperkt aantal grote wegenprojecten, en welk gedeelte van de gereduceerde stikstofdepositie ten goede komt aan de natuur.

Hoe werkt het stikstofregistratiesysteem?

Het stikstofregistratiesysteem helpt het bevoegd gezag, bijvoorbeeld de provincie, en vergunningaanvragers bij de vergunningverlening. Voorwaarde voor het systeem is dat er eerst stikstofruimte wordt gecreëerd door maatregelen die de stikstofneerslag verminderen. De verlaging overdag van de maximumsnelheid op autosnelwegen naar 100 km/uur is de maatregel die het snelst stikstofruimte gaat opleveren. Vervolgens  kan een deel van die ruimte (maximaal 70%) worden besteed aan ruimtelijke ontwikkelingen. De overige 30% valt toe aan de reductie van stikstof en daarmee aan natuur. Het registratiesysteem zorgt er voor dat voor ieder Natura 2000- gebied in beeld komt welke beschikbare depositieruimte verdeeld kan worden bij de vergunningverlening, in eerste instantie voor woningbouw en een beperkt aantal grote wegenprojecten.

Werkt het stikstofregistratiesysteem landelijk of per Natura 2000-gebied?

Via het stikstofregistratiesysteem worden per Natura 2000-gebied de effecten van stikstofmaatregelen geregistreerd. Zo wordt helder waar en hoeveel ruimte er ontstaat voor ontwikkeling.

Waarom is het stikstofregistratiesysteem alleen bedoeld voor woningbouw en infrastructuur?

In deze sectoren is de nood hoog. De vraag naar meer woningen is bijvoorbeeld groot. In de bouwsector staan acuut banen op de tocht en dreigen bedrijven failliet te gaan. De woningbouwsector en een aantal infrastructurele projecten krijgen daarom als eerste de vrijgekomen ruimte toebedeeld om nieuwe projecten en activiteiten op te starten.

Hoeven vergunningaanvragers uit de woningbouw of infrastructuur niet meer de mogelijkheden na te gaan voor in- en extern salderen?

Het is verstandig om dit juist wel te doen. Naast de mogelijkheden die het registratiesysteem biedt, zijn er namelijk ook andere manieren om een natuurvergunning te krijgen. Goed om te weten is dat een vergunning in het kader van de Wet Natuurbescherming – op het aspect stikstof - niet nodig is als er geen sprake is van significant negatieve effecten van het project op Natura 2000- gebieden door stikstofdepositie. Dit wordt beoordeeld met behulp van een ecologische toets. Aanvullend bieden aanpassingen binnen of buiten een project of locatie (intern en extern salderen) mogelijkheden om een vergunningaanvraag te onderbouwen. Een laatste mogelijkheid om een natuurvergunning te krijgen biedt de zogenaamde ADC-toets. Om die laatste toets succesvol te doorlopen moet er sprake zijn van het ontbreken van alternatieven, een dwingende reden van groot openbaar belang en moet de schade aan de natuur gecompenseerd worden.

In een provincie als Zuid-Holland wordt voor een groot deel al 100 km per uur gereden op de rijkssnelwegen. Daar is dus minder beschikbare stikstofruimte te vergunnen dan in andere provincies. Welke gevolgen heeft dit?

Het is inderdaad een feit dat de snelheidsverlaging niet op alle plekken evenveel depositieruimte oplevert. Voorwaarde voor het systeem is dat er eerst stikstofruimte wordt gecreëerd door maatregelen die de stikstofneerslag verminderen. In een provincie als Zuid-Holland zijn daarom aanvullende maatregelen nodig.

Voor wie is het stikstofregistratiesysteem bedoeld?

Het helpt het bevoegd gezag bij de vergunningverlening, omdat het inzicht geeft in de te vergunnen stikstofruimte. Hierdoor weten ook de aanvragers van vergunningen waar zij aan toe zijn.