Over de Kamerbrief van 24 april 2020: structurele aanpak

Waarom komt het kabinet midden in de Coronacrisis met een uitgebreid pakket aan stikstofmaatregelen?

Het kabinet begrijpt dat velen in Nederland op dit moment met andere zaken bezig zijn dan stikstof. Door de Coronacrisis hebben mensen grote zorgen over hun eigen gezondheid en die van hun naasten, hun baan of het voortbestaan van hun bedrijf. De coronacrisis raakt vele sectoren, ook de sectoren die kampen met de stikstofproblematiek, zoals de bouw, industrie, transport en landbouw. De focus ligt nu logischerwijs op de zorg voor de gevolgen van de coronabesmettingen. Het kabinet kijkt echter ook vooruit naar de periode na de coronacrisis – als we voor de opgave staan om het maatschappelijk leven en de economie weer op gang te brengen. Wat dan niet mag gebeuren, is dat het stikstofdossier onnodige belemmeringen met zich meebrengt en economisch herstel in de weg zit. Daarom vinden we het belangrijk om nu tot een goede structurele aanpak voor de stikstofproblematiek te komen, zodat het fundament voor het economisch herstel op orde is wanneer zich dat aandient.

Verder is dit pakket aan maatregelen natuurlijk vooral ook bedoeld om de natuur te versterken. Dit is cruciaal voor onze voedselvoorziening (zonder insecten geen bestuiving van gewassen) en gezondheid.

Welk effect heeft de Coronacrisis op de stikstofaanpak?

De Coronacrisis heeft veel economische impact. En daarom ook effect op de stikstofuitstoot- en neerslag. Binnen onze economie zijn de landbouwsector, huishoudens, industrie- en transportsector – in verschillende mate -  veroorzakers van stikstofneerslag op natuurgebieden. We zien nu met name effecten bij de transport- en de industriesector: er zijn veel minder (vracht)auto’s op de weg en minder vliegtuigen in de lucht. Ook zien we minder industriële activiteiten. Dit heeft een direct effect op de uitstoot en neerslag van stikstof.

In de landbouwsector is nog geen sprake van een direct effect. Deze sector blijft - voor zover nu bekend ongeveer op hetzelfde niveau aan stikstofuitstoot zitten. Dat kan anders worden als de Coronacrisis langer aanhoudt en er minder (buitenlandse) vraag ontstaat naar agrarische producten. Het is nu lastig in te schatten hoe dit zich gaat ontwikkelen. Als we inzoomen op de stikstofeffecten van het verminderde weg- en vliegverkeer en industriële activiteiten op de stikstofuitstoot is enige nuance op zijn plaats:

  • De bijdrage van verkeer en de industrie is relatief gering. Het verkeer is in Nederland  verantwoordelijk voor 11 procent van de stikstofdepositie en de industrie voor 2 procent (RIVM, 2019) in Nederland.
  • Een belangrijk deel van het huidige effect is van tijdelijke aard. Zodra het Coronavirus onder controle is, komt in stappen onze economie weer op gang. De vraag is welke structurele effecten de Coronacrisis op langere termijn zullen hebben op de wereldeconomie. En hoe die vervolgens weer doorwerken in de uitstoot van stikstof.

Dat betekent dus ook dat deze stikstofreductie niet zomaar voor de vergunningverlening kan worden ingezet voor activiteiten van bijvoorbeeld bouwers of boeren. In specifieke gevallen kan naar verwachting een deel van de (tijdelijke) stikstofruimte wel worden ingezet voor economisch herstel. Dit gaat dan alleen om activiteiten die op korte termijn kunnen worden uitgevoerd en een tijdelijke depositie hebben. Per project moet in dat geval een beoordeling worden gemaakt.

Hoe kan de structurele aanpak van het stikstofprobleem kort en bondig worden samengevat?

Het kabinet komt met een breed investeringspakket van ruim 5 miljard euro om in de periode tot 2030 de neerslag van stikstof te verminderen en de natuur te herstellen. Dit biedt  perspectief om de vergunningverlening verder op gang te brengen. De structurele aanpak gaat uit van een scherp doel dat we voor 2030 nastreven.

Bronmaatregelen 

Welke (bron-)maatregelen neemt het kabinet?

Het Rijk investeert in totaal meer dan 2 miljard euro in efficiënte bronmaatregelen in de landbouw (o.a. koeien langer in de wei, betere stallen, ander voer en financiële regelingen voor boeren die willen omschakelen naar meer duurzame landbouw en boeren die willen stoppen), de industrie (betere technologie voor minder emissies van piekbelasters) en de bouw (schone mobiele werktuigen). Voor de mobiliteitssector komt subsidie voor schonere binnenvaartschepen, walstroom voor de zeevaart, stimuleren elektrisch taxiën van vliegtuigen en aanpak van defecte of gemanipuleerde systemen in vrachtwagens, die de uitstoot van uitlaatgassen terugdringen

Waarom zijn deze (bron-)maatregelen nodig?

De maatregelen zijn nodig om de hoeveelheid stikstof te verminderen en de natuur te versterken. Zo werken we aan het behalen van de instandhoudingsdoelen van Natura 2000-gebieden en kunnen maatschappelijke en economische projecten die stikstof uitstoten weer makkelijker doorgang vinden. Mits ze de natuur niet in de weg zitten vanzelfsprekend.

Op basis van wat is dit pakket aan maatregelen gekozen?

Er is gekeken naar kosteneffectiviteit, een evenwichtige verdeling over de sectoren, effectiviteit op die regio’s waar knelpunten zijn en samenhang met het Klimaatakkoord. Het kabinet heeft verder – in het licht van de Coronacrisis – gekeken naar omvang, timing en financiering van de maatregelen.

Welke samenhang is er met de maatregelen uit het klimaatakkoord?

Een aantal maatregelen uit het klimaatakkoord vermindert naast broeikasgassen ook stikstof. Het effect van deze maatregelen is meegenomen in wat we het ‘autonome pad’ noemen, dat is de stikstofreductie die onder andere bereikt wordt door al gemaakt beleid. Een deel van de streefwaarde wordt dus al behaald door maatregelen uit het klimaatakkoord.

Welke maatregelen zijn het meest effectief?

Over het algemeen zijn maatregelen in de veehouderij het meest effectief, omdat een kiloton vermindering aan ammoniakemissie meer oplevert dan een kiloton emissiereductie aan stikstofoxiden. Dit komt omdat er meer molen stikstof in ammoniak zitten dan in stikstofoxiden.

Voor de effectiviteit van een maatregel speelt ook in grote mate mee waar de bereikte reductie van stikstofuitstoot leidt tot daadwerkelijke vermindering van stikstofneerslag. De locatie van de emissiebron - bijvoorbeeld dicht bij een Natura 2000-gebied - bepaalt zo mede de effectiviteit van de maatregel.

algemeen structurele aanpak